Anouk Zuurmond – Transnational Literary Projects: Strategies and Effects in the Debate on a European Identity

Anouk Zuurmond | University of Amsterdam | External PhD

Transnational Literary Projects: Strategies and Effects in the Debate on a European Identity

As financial and political crises make issues of a shared European identity more pressing, the question of what binds us together is currently discussed with an increased sense of urgency. To facilitate such reflections on a shared identity, different transnational projects have been instigated by cultural organizations, promoted by and mostly with generous financial support from EU-programs and institutes. Five of these cross-border initiatives, deployed since 2000, will serve as case-studies to ask what the strategies and effects have been of these projects.

The main question at the heart of the proposed research is: What are the strategies and effects of these transnational literary projects? All of these transnational projects are based on a shared strategy to produce a similar effect, namely to engage intellectuals in the debate on a European identity from a literary perspective. These initiatives thus offer an opportunity to research this strategy by analyzing the intentions held by the organizers of these projects and asking why literature is deemed a valuable contribution to this debate. The effects will be assessed by looking at the outcome of these projects: both the cultural artefacts resulting from these projects and the role of these projects in light of the public debate on a European identity.

Kila van der Starre – Poëzie buiten het boek

Kila van der Starre | Universiteit Utrecht | Promotor: Prof. dr. Geert Buelens (UU) | Copromotor: Prof. dr. Yves T’Sjoen (UGent) | Aanstelling: PhD, 0.9 fte, 4 jaar, persoonlijke beurs NWO | Moderne Nederlandse Letterkunde

Onderzoek

Poëzie is een multimediaal genre dat in vele vormen buiten het boek bestaat, al doen de literatuurwetenschap en de literaire kritiek soms anders vermoeden. Poëziefestivals trekken volle zalen, cafés zitten vol voor poetry slams, op het internet wordt volop lyrisch geëxperimenteerd, muurgedichten sieren tientallen steden, Gedichtendag is uitgebreid tot een Poëzieweek, vorig jaar kreeg België voor het eerst een Dichter des Vaderlands en dit jaar is de eerste Dichter der Nederlanden benoemd. Als we het genre niet beperken tot lezen, heeft poëzie vandaag misschien wel het grootste bereik in eeuwen. In dit onderzoek staat Nederlandstalige poëzie buiten het boek vanaf 1966 centraal, zoals poëzie op het podium, in de openbare ruimte, op internet en op objecten. Een nieuw perspectief op poëzie als literaire ervaring in plaats van louter als leesactiviteit laat zien dat onze belevenis van poëzie gekenmerkt wordt door collectieve, democratische, interactieve en multimediale aspecten. Gedichten bestaan vaak niet in één vorm, maar hebben transmediale extensies. Het evenement Poëzie in Carré (1966) kreeg bijvoorbeeld extensies op tv, radio en lp’s, in boeken, kranten en tijdschriften, en uiteindelijk op andere live podia en het internet. Andere voorbeelden zijn slamgedichten die een weg vinden naar geluidsdragers en boeken, online gedichten die in geschreven en orale vorm viral gaan, en in boeken gepubliceerde gedichten die worden overgetypt op gedichtenfora, afgedrukt op kussenslopen en aangebracht op muren. Ik combineer in dit onderzoek literair historisch, literair-institutioneel en empirisch onderzoek om de productie en receptie van Nederlandse poëzie buiten het boek te traceren vanaf 1966. Daarnaast bestudeer ik de relatie tussen poëzie buiten en binnen het boek en onderzoek ik hoe poëzie in verschillende media ervaren wordt.

Odlie Bodde – Studies on torture: the politics and aesthetics of brutality in war-on-terror films

Odile Bodde | Leiden University | Supervisors: prof. A. Visser and dr. P. Verstraten

Research

In my PhD project I analyse the politics and aesthetics of depictions of torture in recent American and European war-on-terror cinema. Taking films that range from Hollywood productions like Zero Dark Thirty (Kathryn Bigelow, 2012) to the independent film Essential Killing (Jerzy Skolimowski, 2010), I explore the various forms in which political torture occurs on screen; how torture is depicted in tandem with agency, vulnerability and precarity on the side of the torturer as well as the tortured; how depictions of torture are intertwined with the politics of race and gender; the various motivations and conditions for and consequences of torture that are presented, and the extent to which torturers and victims invite the spectator to identify with their position.

Fascinated by the wave of criticism directed towards Zero Dark Thirty in 2012, I scrutinize why some films and series inspire debate and criticism while other seemingly similar depictions do not. Other questions addressed in my project are: what is so particular and peculiar about post 9/11 torture when compared to earlier manifestations of torture in war films? What is problematic about the position of female intelligence agents and guards associated with torture practices? Could we see torture as a form of performative role-play? What is the relation between (suggestive or explicit) torture and the political context sketched in the narrative? If we argue that some films are presented as critical of the use of torture, what does this ‘criticism’ entail? How and when do gruelling and unsettling depictions of political torture position the spectator as a detached critical, or as an engaged moral agent?

My research is part of the NWO-funded interdisciplinary programme What can the humanities contribute to our practical self-understanding? that takes place at Utrecht University, Erasmus University Rotterdam and Leiden University.