Dissertation: Max van Duijn, ‘The Lazy Mindreader’

Dissertation Max van Duijn

On Wednesday April 20th Max van Duijn will defend his PhD thesis

The Lazy Mindreader
A Humanities Perspective on Mindreading and Multiple-Order Intentionality

Time: 3.00 pm
Venue: Groot Auditorium (Leiden University Academy Building)
Register: promotie@mjvd.nl

For more information, you can contact the paranymphs, Rick Honings (r.a.m.honings@hum.leidenuniv.nl) and Daniël Bartelds (dcebartelds@gmail.com).

Max van Duijn

 

Promotie – Marrigje Paijmans (UvA)

Foto: Bart Koetsier

Op woensdag 11 november 2015 verdedigt Marrigje Paijmans haar proefschrift getiteld:

Dichter bij de waarheid

Parrhesia en de dramatisering in het werk van Joost van den Vondel

Datum: Woensdag 11 november 2015
Tijd: 13.00 uur stipt
Locatie: Aula Universiteit van Amsterdam, Singel 411 te Amsterdam
Promotor: Prof. dr. Lia van Gemert

Samenvatting

In mijn proefschrift laat ik zien dat in het werk van Joost van den Vondel (1587-1679) twee waarheidsopvattingen met elkaar worden geconfronteerd. Vondel geeft blijk van zowel een transcendente en neoplatoonse waarheidsopvatting, waartoe de dichter zich verhoudt als een medium of ‘profeet’, als een immanente of ‘parrhesiastische’ waarheidsopvatting. Deze laatste waarheid moet ieder mens in zijn eigen ethische relatie met de waarheid zelf blootleggen. Parrhesia legt dus een verband tussen waarheid en deugdelijkheid dat in onze tijd nauwelijks nog wordt gevoeld, omdat ware kennis in het moderne denken niet voorbehouden is aan mensen met een ethische levenswijze. Ware kennis bestaat ‘objectief’, los van ieder subjectief handelen.

Parrhesia vormt tevens een concept in het denken van Michel Foucault (1923-1984). Voor hem staat vast dat alle kennis ook een ethisch aspect kent, al blijft die in het moderne wetenschappelijke en politieke discours vaak onuitgesproken. In de kunst en de poëzie ziet Foucault praktijken die deze discoursen kunnen confronteren en waardoor we ons leven op ethische wijze kunnen vormgeven. Ik stel dat Vondels teksten iets vergelijkbaars deden voor het leven in de zeventiende-eeuwse samenleving als geheel. Aan de hand van parrhesia maak ik in Vondels werk verbanden zichtbaar tussen dichtkunst, ethiek en politiek die door onze moderne opvattingen van waarheid moeilijk waarneembaar zijn, maar cruciaal voor het begrip van het politieke discours van de zeventiende-eeuwse Republiek.

Vervolgens heb ik willen aantonen dat het motief van parrhesia in Vondels werk vooruitwijst naar het immanente denken van Benedictus de Spinoza (1632-1770). Vanaf circa 1660 ondergaat Vondel zichtbaar invloed van het spinozisme, al zet hij dit geheel anders in dan bijvoorbeeld het verlichte toneelgezelschap Nil volentibus arduum. Met name Spinoza’s ethische en politiek-theologische opvattingen bieden verklarend kadering voor Vondels late treurspelen en zijn opvattingen over de werking van het treurspel binnen de samenleving.

Ten slotte heb ik Foucaults concept van parrhesia, om het beter toe te rusten op de analyse van Vondels werk, in verbinding gesteld met Gilles Deleuzes concept van ‘dramatisering’. Ik stel dat Vondels de waraheid spreekt door deze in zijn teksten te dramatiseren: in een barok spel met werkelijkheid en verbeelding worden grenzen zichtbaar als drempels naar nieuwe, voorheen onvoorstelbare werelden. Mijn analyse van de mogelijkheden voor verbinding van parrhesia en dramatisering wijst uit dat het begrensde denken van Foucault en het grenzeloze denken van Deleuze elkaar in het ‘denken van de kunst’ zeer dicht benaderen.

Promotie – Wouter Schrover

Promotie Wouter Schrover

Op 16 januari 2015 is Wouter Schrover aan de Vrije Universiteit Amsterdam gepromoveerd.

Einde verhaal
Euthanasie en hulp bij zelfdoding in hedendaagse narratieve fictie

Euthanasie en hulp bij zelfdoding zijn veel bediscussieerde onderworpen, niet alleen in Nederland, maar ook daarbuiten. Literatuurwetenschapper Wouter Schrover (Vrije Universiteit) verdedigt op vrijdag 16 januari zijn proefschrift ‘Einde verhaal. Euthanasie en hulp bij zelfdoding in hedendaagse narratieve fictie’. Zijn onderzoek is gefinancierd door NWO vanuit het programma Promoties in de Geesteswetenschappen.

Omslag Wouter Schrover - Einde verhaal. Euthanasie en hulp bij zelfdoding in hedendaagse narratieve fictie

Debatten over levensbeëindiging worden gevoerd binnen filosofie en wetenschap, journalistiek en politiek. Maar ook diverse vormen van narratieve fictie – roman, speelfilm, toneel – houden zich bezig met dit thema. Of het nu gaat om Het refrein is Hein (1994) van verpleeghuisarts Bert Keizer, One True Thing (1994) van de Amerikaanse bestsellerauteur Anna Quindlen, of om veelbekeken én -geprezen films als Simon (2004) en Million Dollar Baby (2004) – één ding hebben ze gemeen: ze leveren een eigenzinnige visie op het vraagstuk van het zelfgekozen sterven.

Hoewel er in Nederland veel onderzoek gedaan wordt naar euthanasie, is er nog maar weinig aandacht geweest voor de rol van romans, speelfilms en andere vormen van kunst aangaande dit onderwerp. Einde verhaal is de eerste studie waarin een omvangrijke verzameling kunstzinnige representaties van levensbeëindiging onderzocht wordt. Het onderzoek toont aan hoe fictionele verhalen zich verhouden tot publieke debatten over euthanasie en hulp bij zelfdoding. Daarmee verkent het onderzoek niet alleen een ondergewaardeerde bron van publieke meningsvorming over levensbeëindiging, maar levert het eveneens een bijdrage aan kennis over de wijze waarop kunst zich engageert met actuele maatschappelijke thema’s.

Uit de in totaal 155 bestudeerde verhalen blijkt dat het leven niet als fundamenteel onschendbaar wordt voorgesteld, maar slechts een relatieve waarde vertegenwoordigt. Situaties waarin lijden er voor zorgt dat een personage zijn leven niet langer als zinvol ervaart of ‘onleefbaar’ acht, mogen volgens deze verhalen worden opgeheven door het leven te beëindigen.

Promotie Jesseka Batteau: Literature and the Performance of Post-Religious Memory in The Netherlands: Gerard Reve, Jan Wolkers and Maarten ’t Hart

My thesis investigates the complex relations between literature, authorial performance and material culture during the 1960s and 1970s in The Netherlands. With Gerard Reve (1923-2006), Jan Wolkers (1925-2007) and Maarten ‘t Hart (1944-) as my case studies, I analyze the way in which their texts and performances served as media of cultural memory in the construction of post-religious identities. I argue that these authors became sites where secular and religious differences were negotiated and new identities emerged. Importantly, the three writers functioned as transitional figures for those many people who were in the process of leaving their religious past behind. By embodying religious tradition and discourse while at the same time representing a break with this past (’t Hart and Wolkers) or by enacting an individualized engagement with the religious milieu de mémoire (Reve) these writers became mediators of a new phase in Dutch society, allowing their audiences to gradually adapt to their post-religious condition. 

Promotie Esther Op de Beek

‘Een literair fenomeen van de eerste orde’. Evaluaties in de Nederlandse dagbladkritiek, 1955-2005: een kwantitatieve en kwalitatieve analyse.

Datum/tijd: woensdag 15 januari 14.30 uur.
Plaats: Aula van de Radboud Universiteit

‘Een literair fenomeen van de eerste orde’ concerns the evaluations of critics in literary book reviewing in Dutch newspapers between 1955 and 2005. Analyses of literary evaluation in its literary-historical context have so far tended to concentrate on specific case studies – the reception of a single book or author, the poetics of a single reviewer – or on sociological aspects of book reviewing. This study, which is part of a larger research project titled The Best Intentions, Literary Criticism in the Netherlands 1945-2005, aims to explore and describe which developments and continuities might be gleaned from evaluative statements in book reviews themselves. Both the critics’ judgments on (and characterizations of) literary works in reviews are considered relevant, because they affect relations and positions in the literary field. By employing both quantitative and qualitative analyses of evaluative statements, this study endeavors to test prevailing – but hitherto uncharted – hypotheses concerning various continuities and transformations in the realm of newspaper reviews of literary novels.

Promotie – Tom Idema

Transmutations: Bio-sf, Nomad Science, and the Future of Humanity

Tijd: 18 december om 16:30
Plaats: Aula van de Radboud Universiteit Nijmegen
Titel Proefschrift: Transmutations: Bio-sf, Nomad Science, and the Future of Humanity

This dissertation provides an analysis of contemporary biosciences through the lens of a sub-set of American bio-sf novels (biologically oriented science fiction). Bio-sf can shed light on the biosciences by dramatizing their internal tensions and societal implications. Transmutations analyzes these tensions and implications by building on Deleuze and Guattari’s concepts of “State science” and “nomad science.” State science refers to types of research that focus on orderliness, clarity, hierarchy, and solutions, while nomad science has a preference for fluidity, processes of becoming, open spaces, and problematization. These twin concepts prove useful for exploring epistemological and political dimensions of the biosciences, in particular the hotly debated issue of genocentrism. This dissertation argues that nomadic modes of thinking are vital in a time of large-scale developments such as globalization and climate change. Nomad science is better equipped to deal with such complex transformations impacting our ways of living and our environments. Bio-sf is an important experimental site where potentials for nomad science are explored.