Promotie – Jeroen Dera (Radboud Universiteit Nijmegen)

Sprekend kritiek: literatuurprogramma’s in de vroege jaren van de Nederlandse radio en televisie

Datum: woensdag 14 juni 2017, 16:30
Locatie: Academiezaal Aula, Comeniuslaan 2, Nijmegen
Promotor: prof. dr. J.H.T. Joosten
Copromotor: dr. M.J.P. Sanders

Het is tegenwoordig gebruikelijk dat schrijvers op radio of televisie vertellen over hun nieuwste boek. Maar hoe ontstond die traditie? Jeroen Dera deed onderzoek naar vroege literatuurprogramma’s op de Nederlandse radio (1923-1940) en televisie (1951-1975) en plaatst deze programma’s in hun cultuurhistorische context. Waarom werd literatuur zo snel een aandachtspunt in nieuwe media? Wie waren, naast bekende boekbesprekers als P.H. Ritter jr. en Hans Gomperts, bij dit soort programma’s betrokken? En hoe komt het dat we zo lang geen zicht hadden op het radiowerk van de invloedrijke literator Anton van Duinkerken of het televisieprogramma Literair kijkschrift? Dera’s proefschrift laat zien dat het op radio en televisie lang niet alleen om voorlichting voor een massapubliek ging. De destijd nieuwe literatuurprogramma’s werden, zo blijkt uit dit onderzoek, evengoed gebruikt om stelling te nemen in literaire debatten.

Biografie
Jeroen Dera (Uden, 1986) studeerde Nederlands en Literatuurwetenschap aan de Radboud Universiteit. Hij publiceerde zowel nationaal (o.a. Spiegel der Letteren, Nederlandse Letterkunde) als internationaal (o.a. The Communication Review, The International Journal of the Book) over literatuurbeschouwing op radio en televisie. Momenteel werkt hij als docent Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Radboud Universiteit en de Universiteit Utrecht, en is hij vakdidacticus Nederlands aan de Radboud Docenten Academie.
Meer informatie

Promotie – Marieke Winkler (Radboud Universiteit)

Geleerd of niet. Literatuurkritiek en literatuurwetenschap in Nederland sinds 1876

Datum: Maandag 15 mei om 12.30 stipt
Locatie: Academiezaal Aula – Radboud Universiteit Nijmegen

De taakverdeling tussen de literaire criticus en de literatuurwetenschapper lijkt helder: de criticus beoordeelt het literaire werk op basis van persoonlijke en subjectieve maatstaven, de wetenschapper streeft juist een algemeen geldende analyse na en plaatst het werk in de cultuurhistorische context. Kijken we echter naar de praktijk van criticus en wetenschapper dan blijkt het onderscheid moeilijk houdbaar. Veel wetenschappers opereren als criticus, en hoe zit het met critici die een objectief oordeel nastreven?

In haar proefschrift traceert Marieke Winkler de wortels van het onderscheid tussen literatuurkritiek en literatuurwetenschap in Nederland. Zij stelt de literatuurbeschouwelijke praktijk centraal en brengt de conjunctuur van de begrippen ‘kritiek’ en ‘wetenschap’ als afwisselend ‘subjectief’ en ‘objectief’ in kaart vanaf het moment dat de literatuurstudie een zelfstandige academische discipline werd in 1876. Het onderzoek biedt inzicht in de ontwikkeling van de academische literatuurstudie in Nederland, het toont de verschuivende opvattingen rond de verhouding kritiek en wetenschap en hoe de didactische dimensie steeds meespeelt in het debat tussen critici en wetenschappers. Tot slot laat Marieke Winkler zien hoe er binnen én buiten de muren van de universiteit werd gedacht over de rol en de plaats van de academische literatuurstudie in de maatschappij en stelt zij de vraag hoe wij zouden willen dat een kritische literatuurwetenschap er in de toekomst uit moet zien.

Zie ook http://www.ru.nl/nieuws-agenda/agenda/promoties-oraties/@1077274/geleerd-literatuurkritiek-literatuurwetenschap/

 

Promotie – Daan Rutten (Universiteit Utrecht)

De ernst van het spel. Willem Frederik Hermans en de ethiek van de persoonlijke mythologie

Datum: Vrijdag 16 december om 10.30 stipt
Locatie: Senaatszaal Academiegebouw – Universiteit Utrecht

Daan Rutten ontwikkelde een oorspronkelijke visie op het werk van Willem Frederik Hermans, waardoor deze auteur – die vandaag vaak even gecanoniseerd als versteend lijkt – opnieuw ontdekt, gelezen en begrepen kan worden. Wat betekent het eigenlijk om, zoals Hermans leek te doen, te beweren altijd gelijk te hebben? Waarom hield hij zich zo fanatiek bezig met literatuur, terwijl hij doorlopend stelde dat enkel wetenschap tot echte kennis kon leiden? Welk positief engagement ging verscholen achter zijn niets of niemand ontziende afbraakdrift? Welke vorm van cultuurkritiek bedreef Hermans, de auteur die veelal geen goed woord overhad voor schrijvers (als Mulisch) die met hun maatschappijbetrokkenheid te koop liepen en zelf zijn imago als spelbreker en zelfs nihilist leek te cultiveren?

Naar aanleiding van deze promotie is er in de middag van 15.00-17.00 een symposium over het engagement en de ethiek van moderne literatuur.

 

 

 

 

 

Promotie Emy Koopman (EUR) – Reading Suffering

Reading Suffering: An Empirical Inquiry into Empathic and Reflective Responses to Literary Narratives

Datum: Vrijdag 30 september, 11.30-13.00 (verdediging) en 13.00-16.00 (receptie).
Locatie: Campus Woudestein Rotterdam, Burgemeester Oudlaan 50.
De verdediging vindt plaats in de Senaatszaal van het Erasmusgebouw op de campus.
De receptie is in de Paviljoen, ook op de campus. Klik hier voor een plattegrond van de campus waarop beide locaties zijn gemarkeerd.

Koopmans promotieonderzoek, dat gefinancierd werd door de NWO, richt zich op het lezen over lijden en de effecten daarvan. Uit eerder onderzoek bleek dat mensen medelevender kunnen worden wanneer ze lezen over lijden. Uit empirisch onderzoek blijkt echter dat dit niet altijd opgaat bij literaire teksten.

In haar proefschrift stelt Koopman twee centrale vragen. Ten eerste onderzoekt ze waar de aantrekkingskracht van boeken over lijden in schuilt. Ten tweede bestudeerde ze de effecten van het lezen over leed.

Na de verdediging is er om 13.00 uur in het Erasmus Paviljoen een receptie.

chameleon-1

Promotie Willemijn van der Linden (RU) – Over de grenzen van autoriteit

Over de grenzen van autoriteit: literaire gezagsverhoudingen tussen natuurwetenschappen, religie en geesteswetenschappen in De ontdekking van de hemel (1992) van Harry Mulisch

  • Datum: woensdag, 6 juli 2016
  • Tijd: vanaf 14:30
  • Locatie: Radboud Universiteit Nijmegen, Faculteit Faculteit der Letteren, Academiezaal Aula, Comeniuslaan 2
  • Promovendus: Willemijn van der Linden (MA)
  • Promotor: prof. dr. J. Joosten

In de internationale bestseller De ontdekking van de hemel (1992) van Mulisch is de autoriteit van natuurwetenschappen en technologie een belangrijk thema. De roman bevat vele referenties aan het belang van natuurwetenschappelijk onderzoek, technologische innovaties, en diens geschiedenis, vaak in relatie tot andere disciplines en praktijken zoals religie, geesteswetenschappen en literatuur. Op die manier mengt de roman zich in publieke debatten over de culturele betekenis en relevantie vannatuurwetenschappen en technologie, die hun wortels hebben in de negentiende eeuw. In haar proefschrift betoogt Willemijn van der Linden dat literatuur een belangrijke rol speelt in de beeldvorming van natuurwetenschappelijk gezag. Op grond van een exemplarische casestudy van De ontdekking van de hemel toont ze aan dat romanliteratuur de veronderstelde superioriteit van natuurwetenschappelijke kennis ten opzichte van andere disciplines kan bevestigen, bekritiseren én relativeren.

Biografie: Willemijn van der Linden (Amersfoort, 1984) studeerde Nederlandse Taal en Literatuur aan de Universiteit Utrecht. In 2007 studeerde ze cum laude af op een onderzoek naar literaire representaties van natuurwetenschappelijke kennis. Tussen 2007 en 2015 was zij als docent verbonden aan de Universiteit Utrecht, de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam. Sinds augustus 2015 woont en werkt Van der Linden in Buenos Aires, Argentinië.

Book announcement – Dichters van het nieuwe millennium. Nederlandse en Vlaamse poëzie in de 21e eeuw

Dichters van het nieuwe millennium. Nederlandse en Vlaamse poëzie in de 21e eeuw

Jeroen Dera, Sarah Posman en Kila van der Starre (red.)

De poëzie in de 21e eeuw leeft volop. Iedere week kun je wel ergens dichters zien en horen optreden, de jaarlijkse Gedichtendag is veranderd van één dag naar één week en zonder stads- of dorpsdichter is een gemeente niet langer compleet. Maar wie bevolken eigenlijk het poëzielandschap? In dit boek, maakt de lezer kennis met 24 uiteenlopende dichters uit nederland en Vlaanderen die in het millenium debuteeerden. Welke wereld scheppen zij, hoe verhouden zij zich tot de taal en op welke manier geven ze hun dichterschap vorm? Of het nu gaat om de voormalige Nederlandse Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr of jong talent Maarten van der Graaff, om de humor en hat absrudisme van de Vlaamse dichter Delphine Lecompte of de witte fuckende konijnen van Els Moors, om het teksttheater van Tjitske Jansne of het retorische spel van Geert Buelens: de actuele Nederlanstalige poëzie wil de wereld in..

Dit boek toont poëzieliefhebbers en studenten hoe ze de poëzie van vandaag kunnen lezen: in 24 hoofdstukken gaan literatuurwetenschappers in op de thema’s en vormkwesties die de oeuvres van de dichters van 21e eeuw bepalen. De beschouwingen gaan vergezeld van telkens één gedicht, zodat lezers worden aangespoord mee te analyseren.

https://www.vantilt.nl/boeken/dichters-van-het-nieuwe-millennium/#

 

Promotie Dorine Gorter (VU)

Op dinsdag 7 juni 2016 verdedigt Dorine Gorter haar proefschrift getiteld:

Reverdy entre poésie et peinture. Cubisme et paragone dans les écrits sur l’art (1912-1926) de Pierre Reverdy

Datum en tijd : 7 juni 2016 om 9.45 uur
Locatie: Aula Vrije Universiteit Amsterdam
Promotoren: prof.dr. B.J. Peperkamp, prof.dr. L.H. Hoek en dr. M.J.E. van Tooren

Samenvatting:

In mijn proefschrift laat ik zien dat de relatie van de Franse dichter Pierre Reverdy (1889-1960) met het kubisme gecompliceerder is dan tot nu toe werd aangenomen. Reverdy maakte deel uit van het kunstenaarsmilieu op Montmartre, waar schilders als Picasso, Braque en Gris aan het begin van de 20e eeuw een nieuwe kunststijl creëerden. Het kubisme oefende een grote aantrekkingskracht uit op de jonge dichter, die zich erdoor liet inspireren in zijn poëtisch werk. Literatuurhistorici hebben dan ook steeds een speciale belangstelling aan de dag gelegd voor de relatie tussen Reverdy’s gedichten en het kubisme. Dit onderzoek richt zich niet op de literaire en artistieke praktijk, maar op de ideeën van Reverdy zelf over de relatie tussen beeldende kunst en literatuur en plaatst deze tegen de achtergrond van het debat waarin kunstenaars en dichters in die jaren strijden om de artistieke hegemonie. De tot dan toe dominante positie van de literatuur wordt bedreigd door een nieuwe suprematie van de schilderkunst. In de artikelen die hij tussen 1917 en 1926 publiceert, tracht Reverdy het oude primaat van de poëzie veilig te stellen, maar omdat zijn teksten tegelijkertijd een grote affiniteit vertonen met het kubisme heeft zijn poging om de poëzie te redden uiteindelijk weinig effect. Het kunstdebat in de jaren 1910-1920 markeert de overgang naar een nieuw overwicht van de beeldende kunst, en op langere termijn, naar de moderne beeldcultuur.

Dissertation: Max van Duijn, ‘The Lazy Mindreader’

Dissertation Max van Duijn

On Wednesday April 20th Max van Duijn will defend his PhD thesis

The Lazy Mindreader
A Humanities Perspective on Mindreading and Multiple-Order Intentionality

Time: 3.00 pm
Venue: Groot Auditorium (Leiden University Academy Building)
Register: promotie@mjvd.nl

For more information, you can contact the paranymphs, Rick Honings (r.a.m.honings@hum.leidenuniv.nl) and Daniël Bartelds (dcebartelds@gmail.com).

Max van Duijn

 

Book announcement – Cahier voor literatuurwetenschap ‘Grote gevoelens in de literatuur’

Zopas verscheen het zevende Cahier voor Literatuurwetenschap, dat de neerslag is van een van de onderzoeksdagen die de Vlaamse Vereniging voor Algemene en Vergelijkende Literatuurwetenschap (VAL) jaarlijks organiseert. Het cahier heeft als thema “Grote gevoelens in de literatuur” en vormt de eerste wetenschappelijke studie in het Nederlandse taalgebied die de emotional turn binnen de cultuurwetenschappen behandelt vanuit het oogpunt van historische én moderne literatuurwetenschap.

Grote gevoelens waren lange tijd taboe in de literatuurstudie. Ze werden immers geassocieerd met hol pathos, geforceerde retoriek en zelfs met melodrama en sentimentaliteit. Deze bundel essays breekt een lans voor een hernieuwde studie van hevige gevoelens in de literatuur door ze te benaderen vanuit een vergelijkend perspectief en aan de hand van nieuwe methodes, zoals de history of emotions, de affecttheorie en de narratologie. Tegelijk werpen deze teksten een kritisch licht op de gevoelscultus die onze romantische literatuuropvatting domineert, en op de rol van hevige emoties hierin. Technologische vernieuwingen en economisering maken de allerindividueelste gevoelens en sentimenten immers steeds toegankelijker. Daarom is zowel binnen de historische literatuurstudie als de studie van actuele literatuur en performance het gevoel een opvallend zwaartepunt van kritisch en interdisciplinair onderzoek geworden.

Tobias Hermans, Gunther Martens & Nico Theisen (red.), Cahier voor Literatuurwetenschap, ‘Grote gevoelens in de literatuur’. Gent, Academia Press, 2015. ISBN: 9789038225616, pp. 157. Kostprijs: €24,99.

Promotie – Marrigje Paijmans (UvA)

Foto: Bart Koetsier

Op woensdag 11 november 2015 verdedigt Marrigje Paijmans haar proefschrift getiteld:

Dichter bij de waarheid

Parrhesia en de dramatisering in het werk van Joost van den Vondel

Datum: Woensdag 11 november 2015
Tijd: 13.00 uur stipt
Locatie: Aula Universiteit van Amsterdam, Singel 411 te Amsterdam
Promotor: Prof. dr. Lia van Gemert

Samenvatting

In mijn proefschrift laat ik zien dat in het werk van Joost van den Vondel (1587-1679) twee waarheidsopvattingen met elkaar worden geconfronteerd. Vondel geeft blijk van zowel een transcendente en neoplatoonse waarheidsopvatting, waartoe de dichter zich verhoudt als een medium of ‘profeet’, als een immanente of ‘parrhesiastische’ waarheidsopvatting. Deze laatste waarheid moet ieder mens in zijn eigen ethische relatie met de waarheid zelf blootleggen. Parrhesia legt dus een verband tussen waarheid en deugdelijkheid dat in onze tijd nauwelijks nog wordt gevoeld, omdat ware kennis in het moderne denken niet voorbehouden is aan mensen met een ethische levenswijze. Ware kennis bestaat ‘objectief’, los van ieder subjectief handelen.

Parrhesia vormt tevens een concept in het denken van Michel Foucault (1923-1984). Voor hem staat vast dat alle kennis ook een ethisch aspect kent, al blijft die in het moderne wetenschappelijke en politieke discours vaak onuitgesproken. In de kunst en de poëzie ziet Foucault praktijken die deze discoursen kunnen confronteren en waardoor we ons leven op ethische wijze kunnen vormgeven. Ik stel dat Vondels teksten iets vergelijkbaars deden voor het leven in de zeventiende-eeuwse samenleving als geheel. Aan de hand van parrhesia maak ik in Vondels werk verbanden zichtbaar tussen dichtkunst, ethiek en politiek die door onze moderne opvattingen van waarheid moeilijk waarneembaar zijn, maar cruciaal voor het begrip van het politieke discours van de zeventiende-eeuwse Republiek.

Vervolgens heb ik willen aantonen dat het motief van parrhesia in Vondels werk vooruitwijst naar het immanente denken van Benedictus de Spinoza (1632-1770). Vanaf circa 1660 ondergaat Vondel zichtbaar invloed van het spinozisme, al zet hij dit geheel anders in dan bijvoorbeeld het verlichte toneelgezelschap Nil volentibus arduum. Met name Spinoza’s ethische en politiek-theologische opvattingen bieden verklarend kadering voor Vondels late treurspelen en zijn opvattingen over de werking van het treurspel binnen de samenleving.

Ten slotte heb ik Foucaults concept van parrhesia, om het beter toe te rusten op de analyse van Vondels werk, in verbinding gesteld met Gilles Deleuzes concept van ‘dramatisering’. Ik stel dat Vondels de waraheid spreekt door deze in zijn teksten te dramatiseren: in een barok spel met werkelijkheid en verbeelding worden grenzen zichtbaar als drempels naar nieuwe, voorheen onvoorstelbare werelden. Mijn analyse van de mogelijkheden voor verbinding van parrhesia en dramatisering wijst uit dat het begrensde denken van Foucault en het grenzeloze denken van Deleuze elkaar in het ‘denken van de kunst’ zeer dicht benaderen.