OSL Lecture – Tabitha Sparks

Psychological Sensation: Victorian Fiction’s Lost Genre

Lecture by Tabitha Sparks

Date: Thursday, March 7, 2013
Time: 17.00 – 19.00
Venue: University of Amsterdam, Spuistraat 134, Rm 1.04
Registration: osl-fgw@uva.nl

Abstract:
With the decreasing costs of print in the mid-to-late nineteenth-century, thousands of novels flooded the marketplace in the second half of the nineteenth century.  Most of these novels had an ephemeral lifespan in print, which has relegated them to near-invisibility in literary scholarship. As literary historian John Sutherland writes, “the academic study of Victorian fiction has signally failed to engage with the mass of works produced in the field.”  This talk takes that failure as a starting point, and through an examination of canonization, assumptions about the mass reading public, and concepts of high and low culture, identifies a once-ubiquitous subgenre, the psychological sensation novel.  These novels’ preoccupation with transgressive behavior and shattered relationships (especially marital ones) challenges the conventional status of marriage as closure and reward in the Victorian novel, as well as a well-established opposition between psychological investigation and sensational plotting. The claim that purportedly “light” literature engaged its readers through psychological complexity even as it figured improbable plots, coincidences, and scandals, asks that we reassess not only these novels but the sophistication of their writers and readers as well.

Bio:
Tabitha Sparks is an Associate Professor in the Department of English at McGill University in Montreal, Canada.  She specializes in the nineteenth-century novel, genre theory, popular literature, and canonicity, as well as literature and medicine in the Victorian era and beyond.  She is the author of The Doctor in the Victorian Novel: Family Practices (Ashgate 2009), The Brontës (ed., 2008), as well as articles in publications including A Companion to Sensation Fiction (ed. Pamela K. Gilbert, 2011), Women’s Writing, Genre, Cultural Studies, The Journal of Narrative Theory, and numerous collected editions.  She is currently writing a monograph on popular Victorian fiction.

OSL-training – Academic Rhetorics

OSL-training – Academic Rhetorics

Data: 6 februari, 20 februari, 20 maart, 3 april, 17 april
Tijd: 14.00 – 16.30
Locatie: PC Hoofthuis – Spuistraat 134, Amsterdam.
6 februari – PCH 5.37, 20 maart – PCH 5.37, 3 april – PCH 4.59, 17 april – PCH 4.59
(NB: 20 februari is komen te vervallen)

Registratie: De cursus is bedoeld voor RMA-studenten en promovendi. Geïnteresseerden dienen zich van te voren aan te melden, tenminste vóór 1 februari 2013, door een mail te sturen naar Eloe Kingma (osl-fgw@uva.nl)

Docenten: Sander Bax en Saskia Pieterse

Onderzoeksresultaten worden niet gepresenteerd in een lege, neutrale ruimte. Integendeel: er is altijd al een debat, en met het naar buiten brengen van nieuwe resultaten neemt een onderzoeker gewild of ongewild ook een retorische positie in, gaat hij of zij impliciet of expliciet het debat aan met collega’s. Het adequaat presenteren van onderzoek is dus niet alleen een kwestie van inhoudelijk een helder verhaal vertellen. Het betekent ook: het eigen verhaal op een vruchtbare manier kunnen positioneren ten opzichte van de al lopende vakdiscussies. Deze cursus heeft daarom tot doel:

  • deze retorische gepositioneerdheid van ieder onderzoek zichtbaar te maken,
  • inzicht te krijgen in de abstracte academische waarden die onlosmakelijk met deze retorische praxis zijn verbonden,
  • promovendi te oefenen in manieren om wendbaar en adequaat van deze praxis gebruik te maken, en waar nodig zich er kritisch toe te verhouden.

De cursus wil speciaal aandacht schenken aan interdisciplinaire vakdiscussies. De literatuurwetenschap onderhoudt nauwe relaties met andere wetenschapsgebieden zoals de cultuurstudies, de sociologie, de geschiedwetenschap en de filosofie. Onderzoek is altijd onderdeel van een debat dat zich tezelfdertijd of in verschillende fasen afspeelt in de eigen discipline én verschillende andere disciplines. Onderzoekers moeten daarom niet alleen kunnen communiceren met hun directe vakgenoten, maar ook open staan voor retorische vormen en gebruiken van andere vakgebieden, die wellicht sterk verschillen van de eigen traditie. Overigens: waar nodig zullen niet alleen disciplinaire, maar ook nationale verschillen aan de orde komen.

In de syllabus worden theoretische teksten opgenomen die veel nieuwe  onderzoeksperspectieven hebben geopend — in zeer uiteenlopende disciplines — en ook veel debat hebben gegenereerd. Wij vragen de promovendi een presentatie voor te bereiden waarin ze hun eigen onderzoek positioneren ten opzichte van één theoretische tekst uit deze syllabus(het liefst inclusief het debat dat rondom deze teksten gevoerd wordt). Daarna zal er een goed geleide wetenschappelijke discussie plaatsvinden, waarin de gekozen positie bevraagd en bekritiseerd zal worden. Ten slotte reflecteren we met de gehele groep op de discussie die zojuist heeft plaatsgevonden. In die reflectie komen technische aspecten van het presenteren aan de orde, maar ook de vraag wanneer je een retorische ruimte creëert die open is, en wanneer je een meer defensieve of gesloten positie inneemt.

Elke sessie duurt drie uur en vraagt intensieve deelname van de onderzoekers. Daarom moeten de deelnemers van te voren aangeven dat ze alle bijeenkomsten bij zullen wonen.

Opzet
Openingssessie 14.00-16.30

Voertaal: Engels of Nederlands (afhankelijk van deelnemers)

Groepsgesprek over de waarden die ten grondslag liggen aan het wetenschappelijk debat. In het bijzonder kijken we hoe deze abstracte waarden de basis leggen voor een vruchtbare retorische praxis, en wanneer hier iets misgaat.

Daarna oefenen we via enkele werkvormen met situaties die zich tijdens congressen of lezingen kunnen voordoen. Belangrijke concepten daarbij zijn: de openheid van het debat en het fenomeen van het spiegelen. Hoe zorgen we ervoor dat we elkaar zo goed mogelijk begrijpen? En is begrijpelijk zijn wel altijd hetzelfde als overtuigend zijn, hoe zorg je ervoor dat beide elkaar versterken? Hoe zorgen we ervoor dat alle deelnemers aan een academische discussie er iets van leren? Ook reflecteren we uitgebreid op het gebruik van Engels. De promovendi krijgen gerichte adviezen over taalgebruik. Daarnaast behandelen we interculturele vragen als: hoe gedragen Nederlanders zich op internationale congressen? Hoe is het om als niet-Nederlander te functioneren in de Nederlandse academische context?

Sessie 2 tot en met 5 14.00-16.30

Van tevoren worden de rollen verdeeld. Twee deelnemers houden een presentatie en twee nemen de rol van chair op zich. Dat betekent dat zij de sprekers kort moeten inleiden, dat zij de tijd bewaken en dat zij de discussie na afloop leiden. Van de overige deelnemers wordt verwacht dat zij zich gedragen alsof we ons op een normale, internationale conferentie bevinden: zij moeten een goede, academische discussie voeren. Op verzoek van de spreker kunnen bepaalde deelnemers een specifieke rol toegewezen krijgen (zoals het stellen van een vijandige vraag).

Voertaal: Engels Presentatie 1

Introductie (15 min)

15-20 minuten presentatie en 15-20 minuten navolgende vragensessie die wordt geleid door iemand uit de groep. 20-30 minuten: reflectie op wat er tijdens presentatie en discussie zoal gebeurde. Aan de hand daarvan, eventueel: herhaling en oefening van wat er is gebeurd.

Pauze: 15 minuten

15-20 minuten presentatie en 15-20 minuten navolgende discussie die wordt geleid door iemand uit de groep. 20-30 minuten: reflectie op wat er tijdens presentatie en discussie zoal gebeurde, bespreking van structuur van de presentatie, proces en Engels. Aan de hand daarvan, eventueel: herhaling en oefening van wat er is gebeurd.

Literatuur

De deelnemers zal voorafgaand aan de cursus gevraagd worden om artikelen voor te stellen die wij vervolgens in de digitale syllabus op kunnen nemen.

Programma

  • 6 februari, 14.00-16.30
  • 20 februari, 14.00-16.30
  • 20 maart, 14.00-16.30
  • 3 april. 14.00-16.30
  • 17 april, 14.00-16.30

Ravenstein semimar – Writing Novels, Writing Lives, Writing Continents

Ravenstein Seminar 2013 – Writing Novels, Writing Lives, Writing Continents

Datum: 10 en 11 januari 2013
Locatie: Universteit van Tilburg,
On Thursday the Seminar takes place in zaal C 186 Ruth First – in the Cobbenhagen-building. On Friday the seminar takes place in zaal DZ 004 – in the Dante-building. Drinks on Thursday are at NS16 near the station. Subsequently the conference diner is at Het Elfde Gebod
Website Ravenstein Seminar
Ravenstein 2013 – Programme

Op 9 januari is speciaal voor RMA studenten een introductieprogramma georganiseerd.
Ravenstein 2013 Introductory programme
Locatie
: Universteit van Tilburg, Zaal DZ 08

Na zijn dood, in de jaren zestig van de vorige eeuw, is de geest van de auteur eigenlijk nooit echt weggeweest. De laatste jaren lijkt de reductionistische benadering van literatuur tot een tekst die geïnterpreteerd  moet worden zelfs weer plaats te maken voor een terugkeer naar het leven van de auteur. Daarbij gaat het niet om eendimensionaal biografisme dat de levenswandel van de auteur aanvoert als de allesverklarende factor voor het literaire werk. Veeleer ligt de nadruk op de creatieve wisselwerking tussen literair werk en leven, maatschappij en tijd. Dit vanuit de gedachte dat literatuur niet alleen voortkomt uit de belevingswereld van de auteur, maar dat de auteur zijn of haar leven, persoonlijkheid en omgeving kan ‘herschrijven’ en ‘herscheppen’. 

Tegenwoordig valt er een toename van een hybride literatuurvorm te constateren, waarin niet zelden de geschiedenis van een continent wordt beschreven, vermengd met het levensverhaal van een auteur. Dit heeft geleid tot een groeiende kritische belangstelling voor de figuur van de auteur en autobiografische genres – gevoeglijk gevat onder de term lifewriting – maar ook voor de manier waarop narratieve technieken worden ingezet in zowel fictie als non-fictie. Het thema Writing Novels, Writing Lives, Writing Continents benadert deze actuele tendens vanuit verschillende perspectieven: vanuit de auteur, vanuit het werk zelf en vanuit de maatschappelijk-politieke context waarin het werk ontstaat.

Het jaarlijkse OSL Ravenstein Seminar is een tweedaags congres voor alle geïnteresseerde promovendi en rma’s. Aan de hand van een actueel en breed thema presenteren zowel jonge, getalenteerde onderzoekers als gevestigde wetenschappers hun lopende projecten. Daarbij is er specifieke aandacht voor de grenzen en raakvlakken met aanpalende disciplines. De opzet van het OSL Ravenstein Seminar biedt bij uitstek de gelegenheid om twee dagen lang intensief maar informeel met andere onderzoekers van gedachten te wisselen over de ontwikkelingen binnen de literatuurwetenschappen. Dit jaar vindt het OSL Ravenstein Seminar plaats op 10 en 11 januari 2013, aan de Universiteit van Tilburg.

Registration:

Please send an e-mail to Eloe Kingma at osl-fgw@uva.nl including the following information:

  • Name & affiliation
  • Short bio (max. 150 words, in English)
  • Do you want us to book a shared double room in the Ibis hotel in Tilburg for the 10th of January?
  • If so, do you have a preference for a roommate?

Welcome

Modernisme – Middlebrow – Oproep voor onderzoeksgroep

Modernisme – Middlebrow – Oproep voor onderzoeksgroep

De OSL onderzoekswerkgroep “Modernisme” verzorgde de laatste tien jaar een mede door NWO (Nederland) en FWO (Vlaanderen) gesubsidieerd researchprogramma met meerdaagse symposia, lezingen en werksessies. Als resultaat van deze bijeenkomsten werden vier Nederlandstalige bundels gepubliceerd over het Europese Modernisme, de context ervan en de latere invloeden (verschenen bij Peeters in Leuven en Rozenberg in Amsterdam).

Voorjaar 2013 zal bij Rodopi een Engelstalige publicatie het licht zien met een bijgewerkte keuze uit deze vier bundels waaraan toegevoegd een uitgebreide nieuwe presentatie en plaatsbepaling.

De Onderzoeksgroep Modernisme wil thans graag in nauwe samenwerking met de Vlaamse researchgroep OLITH en de opleiding Culturele Studies in Leuven een nieuwe serie lezingen en werkbijeenkomsten organiseren rond het thema Middlebrow Literature.

Dit thema uit de interbellum-periode trekt tegenwoordig veel aandacht, ook in Nederland, en de Werkgroep wil graag aan deze discussie deelnemen door een specifieke inbreng. Het lijkt erop dat nadere studie van deze teksten namelijk ook nieuw licht kan werpen op het modernisme en de plaats daarvan in de literatuurgeschiedenis. Ook kunnen zo nieuwe interessante vragen worden gesteld betreffende de hedendaagse doelstellingen en principes van de literatuurwetenschap. Naast deze algemene theoretische en historische vragen willen wij ook graag via close reading het concrete materiaal tot zijn recht laten komen.

Het voorstel in deze is om een roman die bij uitstek exemplarisch is voor de middlebrow literatuur, namelijk De madonna van de slaapwagens van Maurice Dekobra (1925), als centrale tekst te nemen en die dan op allerlei verschillende manieren te analyseren, te situeren, of ook theoretisch, filosofisch, psychoanalytisch etc. te bestuderen. Hierbij kan men voor deze ‘kosmopolitische’, veel vertaalde roman met zijn typische kijk op de internationale relaties in het interbellum, natuurlijk ook denken aan de receptie ervan toen en nu, evenals aan de invloed ervan binnen andere culturen. Meer algemene theoretische vragen zullen naar onze mening hier logisch uit voortvloeien.

Geschreven voor een trendy publiek, ademt De madonna van de slaapwagens een exotische sfeer uit in een narratieve setting vol spanning, verrassingen en cliff-hangers, met kleurrijke personages, erotische uit- en instapjes, avontuurlijke reizen in het kielzog van een Jules Verne en een kritische blik naar de wetenschappers uit die tijd. Kortom een heerlijk object van verlangen en studieuze omarming.

De indruk lijkt overigens gerechtvaardigd dat samen met de opkomst van de kritische interesse in middlebrow kunst, Dekobra weer volop in de belangstelling staat (of andersom ?): de Franse pockets verkopen als nooit tevoren; er verschijnt in oktober een nieuwe Engelse vertaling en de Nederlandse versie (Arbeiderspers 1975) zou ook best uit de watten gehaald kunnen worden (wellicht kunnen we daaraan meewerken…).

En het is niet alleen een heerlijke page-turner, er zit ook een heel museum aan culturele en geografische verwijzingen in, terwijl deze “madonna” misschien een knipoog kan geven richting gender-studies (die zo stevig de middlebrow omhelzen).

Naar gelang de invalshoek kan worden uitgegaan van de Franse tekst en/of van vertaalde versies.

Inmiddels heeft in Gent een ‘kick-off’ voor Vlaanderen plaats gevonden waar veel belangstelling bleek te bestaan.

Het programma voorziet vooralsnog in twee symposia en het samenstellen van een bundel waarbij we aan zowel een Nederlandstalige als een Engelstalige/Franstalige editie denken.

Het project zou inhouden :

a. kick-off voor Nederland op een nader te bepalen datum dit najaar

b. met belangstellenden dit plan uitbouwen en materiaal inventariseren – achtergrond aanbieden

c. studiedag 1 (conferentie – colloquium – symposium) in Leuven over het conceptuele kader hierbij (waarbij Dekobra nog niet expliciet aan bod komt):

voorjaar 2013 (tevens presentatie van de bundel Modernism Today redactie Jan Baetens, Otto Boele, Peter Liebregts en Sjef Houppermans)

d. uitwerken van de voorstellen

e. studiedag 2 in Nederland (Leiden) gewijd aan het boek van Dekobra (met als achtergrond de resultaten van studiedag 1); presentatie van voorstellen, opzetjes en eerste versies; najaar 2013

f. voorjaar 2014 inleveren teksten

g. najaar 2014 publicatie

Wij nodigen alle belangstellenden uit zich aan te melden vóór 1 november via e-mail j.m.m.houppermans@hum.leidenuniv.nl zo mogelijk met een indicatie van onderwerp / benadering / interesse ook voor vragen kunt u hiernaar mailen

Public lecture – Réda Bensmaïa (Brown University)

Public lecture – Réda Bensmaïa (Brown University)

Lecture-series New Directions in Literary Postcolonial Studies

Date:Thursday, October 25, 2012
Time: 13.00-15.45
Location: Sweelinckzaal, Drift 21, Utrecht
Registration: osl-fgw@uva.nl

Organized by the Postcolonial Studies Initiative PCI (Utrecht University, hosted by the Center for the Humanities), together with the Research Institute for History and Culture OGC, and the Netherlands Research School for Literary Studies OSL

Convenors: Birgit M. Kaiser (UU) and Emmanuelle Radar (UU)

Programme:

13.00-13.15
Introduction by Emmanuelle Radar

13.15-14.30
Lecture by Réda Bensmaïa Derrida, Khatibi and the problems of language followed by a response by Birgit M. Kaiser and discussion

14.30-14.45
coffee break

14.45-15.45
Book launch of Postcolonial Literatures and Deleuze: Colonial Pasts, Differential (Palgrave Macmillan 2012) edited by Lorna Burns and Birgit Kaiser panel discussion with contributors to the book Réda Bensmaïa (Brown), Rick Dolphijn (UU), Kathrin Thiele (UU), and Birgit M. Kaiser (UU); chaired by Rosi Braidotti (CfH, UU)

Programme details:

13.15-14.30     
Public lecture by
Réda Bensmaïa  on Derrida, Khatibi and the problems of language

The lecture will address the problem of language in the postcolonial context of North Africa, as discussed especially in the works of the philosopher Jacques Derrida and the critic and writer Abdelkebir Khatibi. The coexistence of several languages as a result of different waves of migration and colonization in North Africa raises particularily interesting questions about postcolonial subjectivities and identity. Arabic, Berber languages and French coexist at different levels, and Khatibi’s Maghreb Pluriel as well as his Amour Bilingue discuss the implications of this for Maghrebian identities. Jacques Derrida responded to Khatibi’s idea of bilingualism with his own work on Monolingualism of the Other.

Réda Bensmaïa is University Professor of French and Francophone literature in the French Studies Department and in the Department of Comparative Literature at Brown University, USA. He has published extensively on French and Francophone literature of the Twentieth century as well as on film theory and contemporary philosophy. He is the author of “The Barthes Effect, Introduction to the reflective Text” (Minnesota, THL, 1987); “The Years of Passages” (Minnesota, Theory out of Bounds, 1995); “Alger ou la Maladie de la Mémoire” (L’Harmattan, 1997) and “Experimental Nations or The Invention of the Maghreb” (Princeton University Press, 2003). He is also the Editor of “Gilles Deleuze” (Lendemains, 1989) and “Recommending Deleuze” (Discourse, 1998). He is presently working on a monograph on Gilles Deleuze’s work and editing a special issue of CINEMAS on the same author, as well as on a book on North African writers which is entitled: “Politiques d’écrivain”.

The lecture will be followed by a book launch of the edited volume Postcolonial Literatures and Deleuze: Colonial Pasts, Differential Futures (eds. Lorna Burns and Birgit M. Kaiser) to which Réda Bensmaïa has contributed a chapter on “Becoming-animal, becoming-political in Rachid Boudjedra’s L’Escargot Entêté

14.45-15.45
Book launch of Postcolonial Literatures and Deleuze: Colonial Pasts, Differential Futures (Palgrave Macmillan 2012) edited by Lorna Burns and Birgit M. Kaiser

Chair: Rosi Braidotti (UU)
participation of book contributors Réda Bensmaïa (Brown), Rick Dolphijn (UU), Kathrin Thiele (UU), and Birgit Kaiser (UU)

Both events are free and open to the public. Registration: osl-fgw@uva.nl

 

Master class – Réda Bensmaïa (Brown University)

Harraga –African migration to the North in literture and theory

organized together with the Netherlands Research School for Literary Studies OSL  

Date: Friday, 26 October 2012
Time: 14.00-16.30
Location: Ravenstijnzaal, Kromme Nieuwegracht 80, Utrecht University
Registration: osl-fgw@uva.nl

The Masterclass is concerned with what has been produced on the so-called “Harraga” phenomenon, that is the frenetic migration to the “North” by thousands of Africans lately. From Arabic حراقة, arrāga, arrāg (those who burn), the term addresses the migration to Europe and the practice of burning one’s papers upon landing to avoid identification. The phenomenon has been recently discussed in literature and film, and this masterclass will consider two novels and one film in detail: Morrocan writer Tahar Benjelloun’s novel Partir (Gallimard 2007) (English: Leaving Tangiers, Arcadia Books 2009) and Algerian writer Boualem Sansal’s novel Harraga (Gallimard 2007) (available also in German from Merlin Verlag 2011). Students are asked to read both novels entirely. Furthermore, the discussion will focus on the film “Harragas” by Algerian film-maker Merzak Allouach (2009), which you have to watch before the masterclass. As theoretical material, you are asked to prepare Guy Debord’s Society of the Spectacle (Black & Red, 1984).

In preparation of the master class, students are invited to send in focused questions beforehand, either relation to the material or to their own research (please send to B.M.Kaiser@uu.nl).

 

OSL seminar – It’s all about discourse!

OSL seminar – It’s all about discourse!

Discourse analysis in het hedendaagse literatuuronderzoek

19 september – PC Hoofthuis 6.06, 19 oktober – PC Hoofthuis 1.14, 2 november – PC Hoofthuis 1.14, 7 december, PC Hoofthuis 1.14, 25 januari – PC Hoofthuis 4.04
Tijd: 14.00 – 17.00 uur. (m.u.v. 19 september, 15.00 – 18.00 uur)
Organisatie: Marguérite Corporaal (RU) & Marieke Winkler (RU)
Registratie: osl-fgw@uva.nl

Discourse analysis (…) has come to the fore as a research method since the 1970s in a number of humanities and social sciences disciplines including linguistics, literature, sociology, psychology and politics.
(Gabriele Griffin, Research Methods in English Studies, 2005)

Het concept discourse wordt al sinds de jaren ’70 gebruikt in literatuuronderzoek, maar lijkt het laatste decennium een ware opleving door te maken. In hedendaags literatuuronderzoek kan men bijna niet meer om de term heen, maar ook in aanverwante gebieden wordt het concept veelvuldig toegepast, zoals Griffin stelt. Waar spreken we over als we het over discourse hebben? Wat is het theoretisch potentieel van de term? En hoe kan discourse analysis ons helpen in het blootleggen van patronen van taalgebruik, het spreken als activiteit, of de constructie van autoriteit en identiteit in literaire teksten?

Dit zijn de vragen die centraal staan in de reeks ‘It’s all about discourse’. Deelnemers ondernemen een zoektocht naar het concept vanuit historisch oogpunt én nadrukkelijk vanuit het perspectief van hedendaagse toepassingen in geesteswetenschappelijk onderzoek. Discourse analysis gaat uit van de gedachte dat taal geen neutraal medium is maar veeleer een middel dat onze perceptie van de wereld vormt. Die vorming vindt plaats in een hiërarchisch krachtenveld dat tegelijk geconstitueerd wordt door de taal en veranderd kan worden door middel van de taal. Discourse analysis richt zich dan ook primair op het eigenlijke taalgebruik (parole) in plaats van op de algemene taalstructuur (langue). Verschillende sprekers zullen gedurende vijf weken vanuit hun eigen praktijk belichten hoe het denkkader van discourse analysis kan bijdragen aan hedendaags onderzoek naar de relatie tussen literatuur en identiteit, (post)kolonialisme, cultureel geheugen en het literaire bedrijf.

Aan het einde van de reeks hebbende deelnemers een uitgebreid overzicht met betrekking tot de oorsprong van discourse analysis en de ontwikkelingen binnen het denken over en gebruik van deze methodiek. Bovendien kunnen zij een visie formuleren op de mogelijkheden om discourse analysis als een bruikbaar instrumentarium te gebruiken in (het eigen) literatuurwetenschappelijk onderzoek.

Opzet van de cursus

De cursus bestaat uit vijf bijeenkomsten, verdeeld over de periode september 2012-januari 2013. De reeks behandelt in chronologische volgorde de belangrijkste denkers die zich bezig hebben gehouden met theorie rondom het begrip discourse en praktische toepassingen van discourse analysis, waarbij getracht wordt die praktische toepassing zoveel mogelijk te koppelen aan het onderzoek van de deelnemers.

Voor iedere bijeenkomst wordt een gastspreker benaderd die aantoonbare affiniteit heeft met de denker en zijn/haar werk over discourse analysis die in die bijeenkomst centraal staat. De gastsprekers wordt gevraagd de denker te introduceren en diens centrale ideeën toe te lichten. Vervolgens zal de gastspreker het theoretische kader van de betreffende week illustreren door een voorbeeld van een vruchtbare of minder geslaagde toepassing van de discourse analysis in de literatuurwetenschap te geven.

Overzicht van de bijeenkomsten*

Seminar I (19 september):  The concept of discourse: Bakhtin
Esther Peeren (UvA)

Seminar II (19 oktober):  The concept of discourse: Foucault
Birgit Kaiser (UU)

Seminar III (2 november): Discourse and Psychoanalysis: Kristeva
Hilde Staels (KU Leuven)

Seminar IV (7 december): Discourse and politics: Laclau and Mouffe
Nico Carpentier (VUB)

Seminar V (25 januari): Discourse and stereotypes: Amossy
Pieter Verstraeten (KU Leuven)

*Literatuur wordt nader bekend gemaakt

Cursusvereisten

  • De deelnemers dienen voor aanvang van de bijeenkomsten de literatuur grondig bestudeerd te hebben, zodat zij actief kunnen participeren in een plenaire discussie over de gelezen teksten en centrale thematiek.
  • Per bijeenkomst zullen er twee (of meer, afhankelijk van de groepsgrootte) referenten aangewezen worden die een reactie formuleren of stelling poneren in relatie tot de gelezen teksten.
  • De deelnemers wordt gevraagd voor één van de bijeenkomsten een korte presentatie voor te bereiden waarin het eigen onderzoek gekoppeld wordt aan de stof en invalshoek van de betreffende bijeenkomst. Deze presentatie zal tot verdere groepsdiscussie leiden.
  • De cursus is bedoeld voor RMA-studenten en promovendi. Geïnteresseerden dienen zich van te voren aan te melden, tenminste vóór 1 september 2012, door een mail te sturen naar Marieke Winkler (m.winkler@let.ru.nl)
  • De bijeenkomsten vinden maandelijks plaats op vrijdag aan de Universiteit van Amsterdam (locatie nader bekend te maken).

Seminar – Ontologies of the Present

Ontologies of the Present: Dialectics and Genealogy from Hegel to Agamben

OSL Seminar directed by Bram Ieven en Geertjan de Vugt

When Foucault famously declared Sartre’s Critique of Dialectical Reason the last book of the 19th century the bell for the burial of Hegelian historicism was tolled. Foucault’s turn to Nietzsche and his revitalization of genealogy as critique can only be understood in opposition to the Hegelian dialectic. While the dialectic provides a method in which the singularity of thought is recuperated and placed within a larger ‘whole’ (Hegel) or process of unification (Sartre), genealogy shows us how the origin of certain modes of thinking and discourses are not recuperable within a bigger whole (Foucault) and are in fact shot through by a multiplicity that does not let itself become part of any straightforward process of unification (Deleuze).
            However, both dialectics and genealogy are ways of coming to terms with the double bind one finds oneself inevitably confronted with when dealing with the idea that concepts, ideas and critical notions relate to the historical, political and social circumstances in which they are developed. On the one hand it implies that thinking is coached in its own, singular historical conditions, affected by them and shaped through them. On the other hand it implies that thinking itself also directly reflects on history and its own historicity. The idea that thinking should reflect on its own position, the idea that his is what thinking is about, is what the modern concept of critique is all about. The dialectic and genealogy, then, are two ways in which critique can be defined.          
            This seminar is based on three pillars. Firstly participants will familiarize themselves with the dialectic (Hegel, Kojève, Sartre), it’s criticism (Nietzsche, Deleuze, Bataille), and its persistence (Jameson, Malabou). Secondly we will study genealogy as a critical method by focusing on the work of Foucault and his interpretation of Nietzsche. The development of genealogy as a (alternative) form of critique, it turns out, was conceived of as a direct criticism of Hegel and the dialectical method. Finally we will go into one of todays most prevelant reinterpretations of Foucault, namely that of Agamben’s analysis of paradigms.
            By the end of the seminar participants have a thorough understanding of the concepts vital for an understanding of (French) post-structuralist thought: dialectics and its relevance today, the stakes of a philosophy of difference, genealogical analysis and the archaeology of paradigms.

Each seminar session takes place on Friday from 2 to 5PM. For each session a special guest speaker will be invited who will be giving a one hour introduction to the theme after which we will do a close reading of the texts under scrutiny. Reading materials will be distributed in advance. Please register by sending an e-mail to: osl-fgw@uva.nl
More information and programme

Literature in/and/of Crisis

OSL Graduate seminar “Literature in/and\of Crisis” 

Introductory course for research masters, 23-25 January 2012
Spuistraat 210, Amsterdam, room 420

Monday – Day 1

Teachers: Sander Bax and Thomas Vaessens

10.00-11.30                           
Contemporary crises in literature and society

  • Marx, W., L’adieu à la literature. Parijs 2005.
  • Judt, T., Reappraisals. Reflections on the forgotten twentieth century. 2009.

11.30-13.30                           
Diagnoses from a cultural historical perspective

Historical crises
In this session we will elaborate on the work of three speakers that will speak at the conference: Saskia Pieterse, Arnold Labrie and Léon Hanssen. We will discuss some of their earlier work. Depending on the number of students, we will ask every student to focus on one or two texts and to prepare three relevant questions that have to do with the way the speakers deal with the notion of crisis. Furthermore, we will ask the students to make an interpretive connection between the theoretical texts and an specific literary text they choose from their own research focus. This have to be small texts (poems, short stories, book chapters) that can be easily spread (via e-mail or Xerox)  In the course of the session every student will have to formulate one fundamental question or statement in relation to each of the presentations. 

13.30-15.00                           
Lunch, Kantine Bungehuis

15.00-17.00
In the afternoon we will try to create a link between the texts we have read this morning and the research plans of the research master students. Depending on the number of students we will ask four / five students to present a research proposal that is linked to the theme of crisis and uses a cultural historical perspective. This proposal will be discussed by the other students and the teachers; it will become the starting point for the essay that the students will be writing for this course.

Tuesday – Second day

Teachers: Sander Bax and Thomas Vaessens

10.00-12.30                          
Contemporary crises
In this second session we will elaborate on the work of three speakers that will speak at the conference: Frans-Willem Korsten, Liesbeth Noordegraaf-Eelens en Willem Schinkel. We will discuss some of their earlier work. Depending on the number of students, we will ask every student to focus on one text and to prepare three relevant questions that have to do with the way the speakers deal with the notion of crisis. Furthermore, we will ask the students to make an interpretive connection between the theoretical text and an specific literary text they choose from their own research focus. This have to be small texts (poems, short stories, book chapters) that can be easily spread (via e-mail or Xerox)  In the course of the session every other student will have to formulate one fundamental question or statement in relation to each of the presentations. 

12.30-14.00                         
Lunch, Kantine Bungehuis 

14.00-16.00
In the afternoon we will try to create a link between the texts we have read this morning and  the research plans of the research master students. Depending on the number of students we will ask four / five students to present a research proposal that is linked to the theme of literature, crisis and capitalism. This proposal will be discussed by the other students and the teachers; it will become the starting point for the essay that the students will be writing for this course.

Wednesday – Third day 

On this day the students are free to work on their essay independently; they try to rewrite their research proposal and think about their methodology, corpus, etc

———————————————————————————–

OSL SEMINAR
LITERATURE IN/AND\OF CRISIS

January 26-27, 2012 

This year’s OSL Graduate seminar will be devoted to the investigation of the theme “Literature in/and\of Crisis”. Since a couple of years our contemporary World society seems to be in a constant, if not to say permanent, state of crisis. This state of crisis can itself be further dissected into a multiplicity of crises. Whether it concerns the financial markets, global warming, famine and the distribution of food,  the rise of populist politics, or the crisis in the arts and humanities, alarm bells go off as soon as the word “crisis” has been mentioned.  

Nonetheless, the employment of the concept of crisis often goes without any thorough historical or theoretical elaboration or analysis of its meaning. That does not mean however that the application of the concept of crisis is a random one. Therefore it is precisely the aim of this intensive seminar to rethink the notion of crisis. A rethinking which is all the more pertinent as the examples mentioned above confirm. Perhaps crisis and critique have always been of mutual interdependence. And hence there may be a particular and distinguishing role for (literary) criticism in interpreting and understanding crises.

During two days the seminar will investigate questions such as: how do literature and scholarship provide symptomatologies and diagnoses of these crises? Could it be that the concept of crisis has a specific performativity of its own? What kinds of approaches to crises – historical, national and transnational, disciplinary and transdisciplinary – can we discern and develop? If both literature and the humanities offer unique and relevant responses to crises, then how can these responses help to fight the particular crisis that the Humanities have been facing? And how has the notion of crisis developed throughout the last two centuries and what are the consequences for its application today?

Under the guidance of Willem Schinkel (EUR), Arnold Labrie (UM), Léon Hanssen (UvT), Saskia Pieterse (UvA), Liesbeth Eelens (NSOB/EUR), and Thomas Vaessens (UvA) we will be exploring the history as well as the meaning and implications of crisis in/and/through/of literature.

Does Memory Have a History? Part Three: Myth

Does Memory Have a History? Part Three: Myth

Drift 21, Sweelinckzaal, Utrecht, 18 November 2011

Workshop OSL & Onderzoekschool Mediëvistiek

Research Group Transnational Memories (UU) &
Memory: Cultural and Religious Identities (RU)

In October 2008, theNetherlandsGraduateSchoolfor Literary Studies (OSL) andNetherlandsResearchSchoolfor Medieval Studies (Med.) organized their first joint workshop for PhDs, focusing on the concept of cultural memory and its applicability to different historical periods. The goal was to get a discussion going between representatives of different disciplines and historical periods, exploring how the theoretical concept of Cultural Memory could be of use to the study of communities and societies throughout history. A second workshop, devoted to the subject of rewriting, followed in the spring of 2010.

In this third edition of the DMHH-workshop series the focus will be on myth, a concept that is notoriously hard to define, but was nevertheless used repeatedly until quite recently (scholarly amnesia?) and was also the subject of much theoretical reflection. During the workshop we will investigate the analytical potential of ‘myth’ for cultural memory studies and reflect on what has been lost and gained in its erasure as well as potential recovery. We will explore myth’s relation to ‘memory’, ‘history’ and ‘experience’ and inquire into its temporality as it contrasts and intersects with other concepts of time such as historical time and phenomenological time. The focus will be on the ways in which myth functions in cultural memory, discussing its relationship to remembrance and forgetting, to rewriting, politics, and emotions. How does myth function as a figure of memory and of forgetting, and what is its relationship to cultural narratives, to archetypes, and typologies? Should ‘myth’ be understood as a separate temporal mode of cultural memory? Or can we perhaps point out a mythmaking potential in all forms of shared remembrance?

How is myth employed – if at all – by researchers of Classical, Medieval, Early Modern and contemporary culture? In what respects do these approaches resemble or differ from one another and what do they reveal about the transhistorical study of cultural memory? Can we even think of a definition that works’ for everybody, regardless of the historical period or medium under consideration? These are some of the central questions we hope to address in the discussions and presentations structuring the workshop.

Keynote address: prof. dr. Judith Pollmann, leader of the NWO research programme ‘Tales of the Revolt: Memory, Oblivion and Identity in theLow Countries, 1566-1700’.

Participation: Please contact:OSL-fgw@uva.nl.

 

Organisation: Truus van Bueren (Med.), Dennis Kersten (OSL), Liedeke Plate (OSL), Ann Rigney (OSL) & Els Rose (Med.).