Promotie – Lisanne Snelders (Universiteit van Amsterdam)

Hoe Nederland Indië leest. Hella S. Haasse, Tjalie Robinson, Pramoedya Ananta Toer en de politiek van de herinnering

Datum: 6 juli, 13:00 stipt
Locatie: Universiteit  van Amsterdam – Aula, Singel 411, Amsterdam

Dit proefschrift is een onderzoek naar de politiek van de literaire herinneringscultuur rond Nederlands-Indië. De centrale these is dat de culturele herinnering aan Nederlands-Indië gecompartimentaliseerd is: verschillende perspectieven op de koloniale geschiedenis in voormalig Nederlands-Indië worden nauwelijks in samenhang begrepen, maar worden als het ware in afzonderlijke compartimenten geplaatst.

Deze compartimentalisering wordt onderzocht aan de hand van een vergelijkende analyse van drie auteurs: de witte Nederlandse Hella S. Haasse (1918-2011), de Indo-Europese Tjalie Robinson (pseudoniem van Jan Boon, 1911-1974) en de Indonesische Pramoedya Ananta Toer (1925-2006). De analyse richt zich op processen van betekenisgeving in de brede receptie van deze auteurs en hun werk, van distributie en kritische receptie tot toe-eigening in bijvoorbeeld adaptaties en discussies. In dit onderzoek naar het ‘sociale leven’ van literatuur worden inzichten uit postkoloniale studies, memory studies en de kritische studie van ras bij elkaar gebracht.

Het onderzoek laat zien dat de compartimentalisering van de herinnering aan Nederlands-Indië voor een belangrijk deel langs lijnen van ras loopt. Witte perspectieven op de koloniale geschiedenis, als dat van Haasse, hebben een centrale plaats in de culturele herinnering gekregen, terwijl niet-witte (Indo-Europese) perspectieven, zoals dat van Robinson, in een apart compartiment zijn geplaatst, met een ander lezerspubliek en met minder cultureel kapitaal. Literatuur van Indonesiërs als Pramoedya is geheel buiten de Nederlandse literatuurgeschiedenis gevallen en zelden postkoloniaal gelezen of als onderdeel van de culturele herinnering begrepen.

De veelzijdige herinnering aan Nederlands-Indië is daarmee geen veelkleurige waaier waarin verschillende herinneringen een samenhangend beeld van de geschiedenis vormen, maar eerder een ongelijk speelveld waarin voortdurend onderhandeld wordt over de betekenis van de koloniale tijd.

Promotie – Alex Rutten (Open Universiteit)

De publieke man

Dr. P.H. Ritter Jr. als cultuurbemiddelaar in het interbellum

Datum: 8 juni 2018, 13.30 stipt
Locatie: Open Universiteit, Valkenburgerweg 177, Heerlen

De criticus, journalist en schrijver Dr. P.H. Ritter Jr. (1882-1962), die in zijn tijd een nationale bekendheid was, staat centraal in het proefschrift ‘De publieke man: Dr. P.H. Ritter Jr. als cultuurbemiddelaar in het interbellum’ van Alex Rutten, letterkundig onderzoeker aan de faculteit Cultuur- en rechtswetenschappen van de Open Universiteit. In zijn proefschrift laat Rutten zien hoe Ritter het volk gedurende zijn leven probeerde op te voeden met behulp van nieuwe media en organisaties. Op vrijdag 8 juni 2018 verdedigt Rutten zijn proefschrift.

Volgens Alex Rutten zijn twintigste-eeuwse critici en schrijvers die niet vies waren van commercialiteit en populariteit vaak niet of nauwelijks bestudeerd. Dat was ook de aanleiding voor zijn onderzoek. “In zijn tijd was Ritter erg bekend en invloedrijk, een echt fenomeen, maar tegenwoordig is hij nagenoeg vergeten”, aldus Rutten. “Zijn ongekende bedrijvigheid en groeiende bekendheid werden niet door iedereen gewaardeerd. Ritter had een imagoprobleem. Toch bleef hij doorwerken: hij publiceerde het ene boek na het andere, sprak iedere zondag voor de AVRO over literatuur, recenseerde wekelijks boeken voor het Utrechtsch Dagblad en reisde het hele land door om colleges en lezingen te verzorgen.”

Analyse loopbaan

In ‘De publieke man: Dr. P.H. Ritter Jr. als cultuurbemiddelaar in het interbellum’ bestudeert Rutten voor het eerst de uiteenlopende werkzaamheden van Ritter in samenhang en plaatst deze in een cultuurhistorische context. Rutten: “Via een analyse van zijn veelzijdige loopbaan heb ik geprobeerd om te achterhalen wat verschillende media en organisaties, die niet vanzelfsprekend tot de literatuurgeschiedenis worden gerekend, hebben betekend voor de verspreiding van literatuur. Het gaat hierbij om bioscopen, films, kranten, radioprogramma’s en volksuniversiteiten. Ritter wendde al deze media en organisaties aan om het volk warm te maken voor goede boeken en waardevolle kennis. In een bewogen tijd, waarin mensen ter ontspanning graag onderuitzakten in bioscopen, pulpblaadjes lazen en naar opwindende jazzmuziek luisterden, bleek dat geen eenvoudige opgave.”

Resultaten

Het proefschrift van Rutten laat zien dat niet alleen Ritter in zijn eigen tijd zeer bekend en invloedrijk was, maar dat ook de media en de organisaties waarvan hij zich bediende van belang zijn geweest voor de Nederlandse literatuurgeschiedenis. “Bij de volksuniversiteiten waren cursussen over literatuur bijvoorbeeld erg populair”, zegt Rutten. “Ze trokken volle zalen. Honderden cursisten wilden meer informatie over actuele literatuur en ook schrijvers maakten veelvuldig gebruik van de volksuniversiteiten om hun eigen werk te promoten.”

Alex Rutten

Alex Rutten (Arnhem, 1988) begon in 2006 aan de studie Fine Arts aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Na die studie vroegtijdig afgebroken te hebben, startte hij de bachelor Nederlandse Taal en Cultuur aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Daarna rondde hij aan dezelfde universiteit de researchmaster Literatuur en Literatuurwetenschap af, waarvoor hij een semester studeerde aan de Freie Universität Berlin. Tussen 2012 en 2017 werkte hij als docent-promovendus voor de Open Universiteit. Voor OU-studenten verzorgde hij in 2014 en 2015 een leesclub over bestsellers en vrouwenemancipatie. In 2016 verbleef hij als ‘visiting scholar’ twee maanden aan de Katholieke Universiteit Leuven om aan zijn promotieonderzoek te werken. Over dat onderzoek sprak hij tijdens congressen in Nederland, België, Finland en Schotland. Rutten was vijf jaar lang lid van de promovendiraad van de Onderzoekschool Literatuurwetenschap. Hij coördineerde en organiseerde de cursus New Sociologies of Literature en verzorgde meermalen samen met andere promovendi het jaarlijkse Ravenstein Seminar. Naast zijn aanstelling bij de Open Universiteit was hij tussen 2016 en 2018 werkzaam voor de Universiteit Leiden, waar hij doceerde over onderzoeksmethoden en over de Nederlandse literatuur en cultuur van de 20e en 21e eeuw. Zijn onderzoek richtte zich voornamelijk op literatuurkritiek en populaire cultuur in het interbellum, literatuursociologie en conventies in levensbeschrijvingen. Hij publiceerde o.m. over literatuurkritiek in geïllustreerde tijdschriften, adaptaties en vertalingen van Britse detectivefictie en het sociale netwerk rondom De Stijl. In 2016 verzorgde hij samen met uitgeverij Schaep 14 een uitgave van de briefkaarten van de schrijfster-kunstenares F. ten Harmsen van der Beek aan Lucas van Blaaderen. Momenteel is Rutten als onderzoeker verbonden aan de Open Universiteit, waar hij onder meer werkt aan een onderzoeksvoorstel en aan de ontwikkeling van een interdisciplinaire cursus over erfgoed.

Op vrijdag 8 juni verdedigt Alex Rutten om 13.30 uur zijn proefschrift ‘De publieke man: Dr. P.H. Ritter Jr. als cultuurbemiddelaar in het interbellum’ aan de Open Universiteit in Heerlen. Promotor is prof. dr. E.M.A. van Boven (Open Universiteit), co-promotor is prof. dr. M.P.J. Sanders (Rijksuniversiteit Groningen).

Promotie – Jeroen Dera (Radboud Universiteit Nijmegen)

Sprekend kritiek: literatuurprogramma’s in de vroege jaren van de Nederlandse radio en televisie

Datum: woensdag 14 juni 2017, 16:30
Locatie: Academiezaal Aula, Comeniuslaan 2, Nijmegen
Promotor: prof. dr. J.H.T. Joosten
Copromotor: dr. M.J.P. Sanders

Het is tegenwoordig gebruikelijk dat schrijvers op radio of televisie vertellen over hun nieuwste boek. Maar hoe ontstond die traditie? Jeroen Dera deed onderzoek naar vroege literatuurprogramma’s op de Nederlandse radio (1923-1940) en televisie (1951-1975) en plaatst deze programma’s in hun cultuurhistorische context. Waarom werd literatuur zo snel een aandachtspunt in nieuwe media? Wie waren, naast bekende boekbesprekers als P.H. Ritter jr. en Hans Gomperts, bij dit soort programma’s betrokken? En hoe komt het dat we zo lang geen zicht hadden op het radiowerk van de invloedrijke literator Anton van Duinkerken of het televisieprogramma Literair kijkschrift? Dera’s proefschrift laat zien dat het op radio en televisie lang niet alleen om voorlichting voor een massapubliek ging. De destijd nieuwe literatuurprogramma’s werden, zo blijkt uit dit onderzoek, evengoed gebruikt om stelling te nemen in literaire debatten.

Biografie
Jeroen Dera (Uden, 1986) studeerde Nederlands en Literatuurwetenschap aan de Radboud Universiteit. Hij publiceerde zowel nationaal (o.a. Spiegel der Letteren, Nederlandse Letterkunde) als internationaal (o.a. The Communication Review, The International Journal of the Book) over literatuurbeschouwing op radio en televisie. Momenteel werkt hij als docent Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Radboud Universiteit en de Universiteit Utrecht, en is hij vakdidacticus Nederlands aan de Radboud Docenten Academie.
Meer informatie

Promotie – Marieke Winkler (Radboud Universiteit)

Geleerd of niet. Literatuurkritiek en literatuurwetenschap in Nederland sinds 1876

Datum: Maandag 15 mei om 12.30 stipt
Locatie: Academiezaal Aula – Radboud Universiteit Nijmegen

De taakverdeling tussen de literaire criticus en de literatuurwetenschapper lijkt helder: de criticus beoordeelt het literaire werk op basis van persoonlijke en subjectieve maatstaven, de wetenschapper streeft juist een algemeen geldende analyse na en plaatst het werk in de cultuurhistorische context. Kijken we echter naar de praktijk van criticus en wetenschapper dan blijkt het onderscheid moeilijk houdbaar. Veel wetenschappers opereren als criticus, en hoe zit het met critici die een objectief oordeel nastreven?

In haar proefschrift traceert Marieke Winkler de wortels van het onderscheid tussen literatuurkritiek en literatuurwetenschap in Nederland. Zij stelt de literatuurbeschouwelijke praktijk centraal en brengt de conjunctuur van de begrippen ‘kritiek’ en ‘wetenschap’ als afwisselend ‘subjectief’ en ‘objectief’ in kaart vanaf het moment dat de literatuurstudie een zelfstandige academische discipline werd in 1876. Het onderzoek biedt inzicht in de ontwikkeling van de academische literatuurstudie in Nederland, het toont de verschuivende opvattingen rond de verhouding kritiek en wetenschap en hoe de didactische dimensie steeds meespeelt in het debat tussen critici en wetenschappers. Tot slot laat Marieke Winkler zien hoe er binnen én buiten de muren van de universiteit werd gedacht over de rol en de plaats van de academische literatuurstudie in de maatschappij en stelt zij de vraag hoe wij zouden willen dat een kritische literatuurwetenschap er in de toekomst uit moet zien.

Zie ook http://www.ru.nl/nieuws-agenda/agenda/promoties-oraties/@1077274/geleerd-literatuurkritiek-literatuurwetenschap/

 

Promotie – Daan Rutten (Universiteit Utrecht)

De ernst van het spel. Willem Frederik Hermans en de ethiek van de persoonlijke mythologie

Datum: Vrijdag 16 december om 10.30 stipt
Locatie: Senaatszaal Academiegebouw – Universiteit Utrecht

Daan Rutten ontwikkelde een oorspronkelijke visie op het werk van Willem Frederik Hermans, waardoor deze auteur – die vandaag vaak even gecanoniseerd als versteend lijkt – opnieuw ontdekt, gelezen en begrepen kan worden. Wat betekent het eigenlijk om, zoals Hermans leek te doen, te beweren altijd gelijk te hebben? Waarom hield hij zich zo fanatiek bezig met literatuur, terwijl hij doorlopend stelde dat enkel wetenschap tot echte kennis kon leiden? Welk positief engagement ging verscholen achter zijn niets of niemand ontziende afbraakdrift? Welke vorm van cultuurkritiek bedreef Hermans, de auteur die veelal geen goed woord overhad voor schrijvers (als Mulisch) die met hun maatschappijbetrokkenheid te koop liepen en zelf zijn imago als spelbreker en zelfs nihilist leek te cultiveren?

Naar aanleiding van deze promotie is er in de middag van 15.00-17.00 een symposium over het engagement en de ethiek van moderne literatuur.

 

 

 

 

 

Promotie Emy Koopman (EUR) – Reading Suffering

Reading Suffering: An Empirical Inquiry into Empathic and Reflective Responses to Literary Narratives

Datum: Vrijdag 30 september, 11.30-13.00 (verdediging) en 13.00-16.00 (receptie).
Locatie: Campus Woudestein Rotterdam, Burgemeester Oudlaan 50.
De verdediging vindt plaats in de Senaatszaal van het Erasmusgebouw op de campus.
De receptie is in de Paviljoen, ook op de campus. Klik hier voor een plattegrond van de campus waarop beide locaties zijn gemarkeerd.

Koopmans promotieonderzoek, dat gefinancierd werd door de NWO, richt zich op het lezen over lijden en de effecten daarvan. Uit eerder onderzoek bleek dat mensen medelevender kunnen worden wanneer ze lezen over lijden. Uit empirisch onderzoek blijkt echter dat dit niet altijd opgaat bij literaire teksten.

In haar proefschrift stelt Koopman twee centrale vragen. Ten eerste onderzoekt ze waar de aantrekkingskracht van boeken over lijden in schuilt. Ten tweede bestudeerde ze de effecten van het lezen over leed.

Na de verdediging is er om 13.00 uur in het Erasmus Paviljoen een receptie.

chameleon-1

Promotie Willemijn van der Linden (RU) – Over de grenzen van autoriteit

Over de grenzen van autoriteit: literaire gezagsverhoudingen tussen natuurwetenschappen, religie en geesteswetenschappen in De ontdekking van de hemel (1992) van Harry Mulisch

  • Datum: woensdag, 6 juli 2016
  • Tijd: vanaf 14:30
  • Locatie: Radboud Universiteit Nijmegen, Faculteit Faculteit der Letteren, Academiezaal Aula, Comeniuslaan 2
  • Promovendus: Willemijn van der Linden (MA)
  • Promotor: prof. dr. J. Joosten

In de internationale bestseller De ontdekking van de hemel (1992) van Mulisch is de autoriteit van natuurwetenschappen en technologie een belangrijk thema. De roman bevat vele referenties aan het belang van natuurwetenschappelijk onderzoek, technologische innovaties, en diens geschiedenis, vaak in relatie tot andere disciplines en praktijken zoals religie, geesteswetenschappen en literatuur. Op die manier mengt de roman zich in publieke debatten over de culturele betekenis en relevantie vannatuurwetenschappen en technologie, die hun wortels hebben in de negentiende eeuw. In haar proefschrift betoogt Willemijn van der Linden dat literatuur een belangrijke rol speelt in de beeldvorming van natuurwetenschappelijk gezag. Op grond van een exemplarische casestudy van De ontdekking van de hemel toont ze aan dat romanliteratuur de veronderstelde superioriteit van natuurwetenschappelijke kennis ten opzichte van andere disciplines kan bevestigen, bekritiseren én relativeren.

Biografie: Willemijn van der Linden (Amersfoort, 1984) studeerde Nederlandse Taal en Literatuur aan de Universiteit Utrecht. In 2007 studeerde ze cum laude af op een onderzoek naar literaire representaties van natuurwetenschappelijke kennis. Tussen 2007 en 2015 was zij als docent verbonden aan de Universiteit Utrecht, de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam. Sinds augustus 2015 woont en werkt Van der Linden in Buenos Aires, Argentinië.

Book announcement – Dichters van het nieuwe millennium. Nederlandse en Vlaamse poëzie in de 21e eeuw

Dichters van het nieuwe millennium. Nederlandse en Vlaamse poëzie in de 21e eeuw

Jeroen Dera, Sarah Posman en Kila van der Starre (red.)

De poëzie in de 21e eeuw leeft volop. Iedere week kun je wel ergens dichters zien en horen optreden, de jaarlijkse Gedichtendag is veranderd van één dag naar één week en zonder stads- of dorpsdichter is een gemeente niet langer compleet. Maar wie bevolken eigenlijk het poëzielandschap? In dit boek, maakt de lezer kennis met 24 uiteenlopende dichters uit nederland en Vlaanderen die in het millenium debuteeerden. Welke wereld scheppen zij, hoe verhouden zij zich tot de taal en op welke manier geven ze hun dichterschap vorm? Of het nu gaat om de voormalige Nederlandse Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr of jong talent Maarten van der Graaff, om de humor en hat absrudisme van de Vlaamse dichter Delphine Lecompte of de witte fuckende konijnen van Els Moors, om het teksttheater van Tjitske Jansne of het retorische spel van Geert Buelens: de actuele Nederlanstalige poëzie wil de wereld in..

Dit boek toont poëzieliefhebbers en studenten hoe ze de poëzie van vandaag kunnen lezen: in 24 hoofdstukken gaan literatuurwetenschappers in op de thema’s en vormkwesties die de oeuvres van de dichters van 21e eeuw bepalen. De beschouwingen gaan vergezeld van telkens één gedicht, zodat lezers worden aangespoord mee te analyseren.

https://www.vantilt.nl/boeken/dichters-van-het-nieuwe-millennium/#

 

Promotie Dorine Gorter (VU)

Op dinsdag 7 juni 2016 verdedigt Dorine Gorter haar proefschrift getiteld:

Reverdy entre poésie et peinture. Cubisme et paragone dans les écrits sur l’art (1912-1926) de Pierre Reverdy

Datum en tijd : 7 juni 2016 om 9.45 uur
Locatie: Aula Vrije Universiteit Amsterdam
Promotoren: prof.dr. B.J. Peperkamp, prof.dr. L.H. Hoek en dr. M.J.E. van Tooren

Samenvatting:

In mijn proefschrift laat ik zien dat de relatie van de Franse dichter Pierre Reverdy (1889-1960) met het kubisme gecompliceerder is dan tot nu toe werd aangenomen. Reverdy maakte deel uit van het kunstenaarsmilieu op Montmartre, waar schilders als Picasso, Braque en Gris aan het begin van de 20e eeuw een nieuwe kunststijl creëerden. Het kubisme oefende een grote aantrekkingskracht uit op de jonge dichter, die zich erdoor liet inspireren in zijn poëtisch werk. Literatuurhistorici hebben dan ook steeds een speciale belangstelling aan de dag gelegd voor de relatie tussen Reverdy’s gedichten en het kubisme. Dit onderzoek richt zich niet op de literaire en artistieke praktijk, maar op de ideeën van Reverdy zelf over de relatie tussen beeldende kunst en literatuur en plaatst deze tegen de achtergrond van het debat waarin kunstenaars en dichters in die jaren strijden om de artistieke hegemonie. De tot dan toe dominante positie van de literatuur wordt bedreigd door een nieuwe suprematie van de schilderkunst. In de artikelen die hij tussen 1917 en 1926 publiceert, tracht Reverdy het oude primaat van de poëzie veilig te stellen, maar omdat zijn teksten tegelijkertijd een grote affiniteit vertonen met het kubisme heeft zijn poging om de poëzie te redden uiteindelijk weinig effect. Het kunstdebat in de jaren 1910-1920 markeert de overgang naar een nieuw overwicht van de beeldende kunst, en op langere termijn, naar de moderne beeldcultuur.

Dissertation: Max van Duijn, ‘The Lazy Mindreader’

Dissertation Max van Duijn

On Wednesday April 20th Max van Duijn will defend his PhD thesis

The Lazy Mindreader
A Humanities Perspective on Mindreading and Multiple-Order Intentionality

Time: 3.00 pm
Venue: Groot Auditorium (Leiden University Academy Building)
Register: promotie@mjvd.nl

For more information, you can contact the paranymphs, Rick Honings (r.a.m.honings@hum.leidenuniv.nl) and Daniël Bartelds (dcebartelds@gmail.com).

Max van Duijn