Andrés Ibarra Cordero | No Progress: Queer Chronotopes in Late Twentieth Century Fiction

October 28th, 2022, 10:00 hrs | Agnietenkapel, University of Amsterdam | Supervisors: Prof. Dr. Murray Pratt (UvA), Prof. Dr. Rodrigo Andrés (U. Barcelona)


This dissertation examines how a corpus of late twentieth-century literary narratives (British and Spanish novels) convey cultural representations of queer chronotopes. The analyses of this corpus are informed by the critical underpinning of scholars such as Carolyn Dinshaw (1999), Lee Edelman (2004), Heather Love (2007), and Elizabeth Freeman (2010). I examine how these chosen novels undermine normative views of how queer subjects identify over time, refusing hegemonic processes and rejecting liberal agendas of assimilation, as endorsed by post-Stonewall gay politics. Drawing on Bakhtin’s concept of the chronotope (1996), and Peeren’s critical contribution on Bakhtin’s theorisation (2008), I use the chronotope as the configuration of time-space coordinators which produces narrative meaning and articulate literary identities. In my critical intervention to re-adapt Bakhtin’s concept, my thesis concludes that queer chronotopes destabilise cultural understandings of time’s linearity, chronology, progress, and reproductive futurity. In doing so, I further examine the productivity of specific cultural concepts, such as, “backwardness”, “coming-out”, “temporal drag”, and “decadence”. These concepts highlight the chronotope’s capability to shape anachronistic subjectivities, modify genres, subvert traces from a historical past and its convoluted memories, and its ability to symbolise a transgressive worldview at odds with modernity’s progress. With their invocation of a regressive past, as a form of cultural memory, queer chronotopes unsettle progressive expectations of gay liberalism and inclusive agendas of equality and assimilation within current sexual politics.

Judith Jansma | From Submission to Soumission: Populist Perspectives on Culture

Judith Jansma | From Submission to Soumission: Populist Perspectives on Culture | University of Groningen, Faculty of Art, Graduate School for the Humanities (GSH) | Prof. dr. P. Valdivia Martín, Prof. dr. L.P. Rensmann, Dr. A. Godioli | September 1st 2017 – August 30th 2021 |


The PhD Ceremony will take place on Thursday 9 December 2021 at 12:45, and can be followed via this link.


In today’s political discourse the idea of a culturally-grounded national identity has made a strong come-back. One can think of Theresa May’s (in)famous  statement that “citizens of the world are actually citizens of nowhere”, or Dutch Christian-democratic party CDA insisting on the integration of the national hymn in the primary school curriculum. Yet this adherence to national identity as a way to deal with complex societal challenges (globalization, multiculturalism) is performed to a much greater extent by populist parties associated with the far right. Their understanding of citizenship being based on the notion of “ethnos” rather than “demos” – leading to a strong “us vs. them” narrative – it should not come as a surprise that culture is an important tool to unite “us” and to exclude “them”.

Therefore, my research project looks at ways in which populist discourse engages with culture. Two research questions are central:

  1. Mapping the use of cultural references in the Netherlands and France: what images, cultural institutions and products do populists identify with or promote?
  2. From Theo van Gogh to Houellebecq: How did populist actors contribute to the public debate surrounding controversial works and authors?

My earlier case study on Soumission  has demonstrated that the novel was interpreted by the Front National as a warning sign for the near future, holding both the elites and the “others” accountable for France’s (fictional) Islamization. However, it is clear that this reading uses the populist tools of simplification and polarization, thereby neglecting the novel’s literary complexity.

PhD Ceremony | Jesse van Amelsvoort

Leeuwarden (hybrid) | 18 November 2021, 14:00-15:00

Dear colleagues,

We are happy to invite you to attend Jesse van Amelsvoort’s dissertation defense on Thursday 18 November 2021 at 14:00. Jesse will defend his dissertation entitled ‘A Europe of Connections. Post-National Worlds in Contemporary Minority Literature’ at the Grote of Jacobijnerkerk in Leeuwarden, the Netherlands.

Under the current Corona measures, all guests are allowed to partake physically in the ceremony. However, a livestream will be made available to those who wish to follow the defense digitally.

Following the defense, we would like to invite you to a celebratory reception. As a closing event, Jesse would like to invite you to an end-of-the-PhD-party. The location, time, and measures of each event are yet to be defined in the light of ongoing developments.

We will keep you updated about possible in-person attendance once we know more. In the meantime, please save the date and stay tuned for more information. We hope to see you in November!

On behalf of Jesse,

Rozemarijn van Spaendonck and Carlos Flores Terán


Promotie – Kila van der Starre (Universiteit Utrecht)

Kila van der Starre (Universiteit Utrecht) Talen, Literatuur en Communicatie) verdedigt haar proefschrift Poëzie buiten het boek. De circulatie en het gebruik van poëzie op vrijdag 12 februari 2021 om 16:15 uur aan de Universiteit Utrecht.

Poëzie buiten het boek

Poëzie maakt deel uit van ons dagelijks leven. Mensen gebruiken gedichten om te rouwen, troosten, onderwijzen, herinneren, liefde te uiten, geld te verdienen en als versiering en protest. Uit het onderzoek van Van der Starre blijkt dat poëzie circuleert, vaak geheel buiten boeken om, en dat de betekenis van een gedicht kan verschillen per persoon, per moment en per materiële drager, zelfs wanneer de tekst van het gedicht ongewijzigd blijft.

Zes casussen in Nederland en Vlaanderen stonden centraal, gericht op poëzie buiten het boek (Plint en straatpoëzie), poëzie buiten de auteursfunctie (tatoeages en rouwadvertenties) en poëzie buiten de traditionele literaire poortwachters (Candlelight en Instagram). Het onderzoek laat vooral zien dat een breed perspectief op poëzie nodig is, omdat als we enkel kijken naar poëzie in boeken, we het grootste gedeelte van het poëziepubliek, het poëziegebruik en de poëzie zelf over het hoofd zien.

De resultaten van dit onderzoek kunnen gebruikt worden (en zijn deels al gebruikt) om het literatuuronderwijs aantrekkelijker en effectiever te maken op scholen, om literaire organisaties en uitgevers een breder publiek te laten bereiken en om regionale en nationale poëziebevorderingsinitiatieven te verbeteren.

Wil je de verdediging van het proefschrift Poëzie buiten het boek. De circulatie en het gebruik van poëzie bijwonen via de livestream en/of die dag een link ontvangen naar de gratis online publicatie van het proefschrift als e-boek? Vul dan dit formulier in.

Voor meer informatie, zie website Universiteit Utrecht.

Foto’s v.l.n.r.: Omslag boek Poëzie buiten het boek – foto: Sanne Donders. Omslagontwerp: Elgar Snelders; Kila van der Starre met straatpoëzie – foto: Myrthe van Veen; Verdere foto’s straatpoëziewandeling met Kila van der Starre

Promotie: Marileen La Haije (Radboud Universiteit)

— for English, see below —

Op maandag 8 februari 2021 om 16.30 verdedigt Marileen La Haije (RU) haar proefschrift  “Memorias locas: Una lectura de la ficción centroamericana (de los años noventa a la actualidad) desde la conexión entre locura y trauma”. Helaas kunnen slechts enkelen hierbij fysiek aanwezig zijn, maar gelukkig is er de optie om via de livestream toch deel te nemen aan de plechtigheid. Dat kan via deze link: Hopelijk tot dan!

Voor praktische vragen over de verdediging kun je contact opnemen met Marileen La Haije (

On February 8, at 16.30, Marileen La Haije (RU) will be defending her dissertation “Memorias locas: Una lectura de la ficción centroamericana (de los años noventa a la actualidad) desde la conexión entre locura y trauma”. Unfortunately, only a limited number of guests are allowed to be present at the venue of the defense. However, it is possible to watch the ceremony via a livestream, which will be available at this webpage: You are very welcome to attend the defense online.

For practical questions about the defense please contact Marileen La Haije (

Promotie – Roel Smeets (Radboud Universiteit)

Promotie - Roel Smeets (Radboud Universiteit)
— for English, see below —
Aanstaande 24 november 2020 om 16.30 stipt verdedigt Roel Smeets zijn proefschrift Character Constellations: Representations of Social Groups in Present-Day Dutch Literary Fiction
Daar zullen helaas slechts enkelen fysiek bij aanwezig kunnen zijn. Maar gelukkig is er de optie om via de livestream toch deel te nemen aan de plechtigheid, dat kan via deze link.  Jullie zijn van harte uitgenodigd om het evenement op deze manier toch virtueel bij te wonen. Het is ontzettend jammer dat de promotie in kleine kring moet plaatsvinden, en juist daarom zou Roel jullie belangstelling en aanwezigheid op afstand extra waarderen.
Voor praktische vragen over de verdediging kun je contact opnemen met Lucas van der Deijl (l.a.vanderdeijl[at]
Roel Smeets will be defending his dissertation Character Constellations: Representations of Social Groups in Present-Day Dutch Literary Fiction on November 24th, 4.30 p.m. sharp.
Unfortunately, only a limited number of guests are allowed to be present at the venue of the defense. However, it is possible to watch the ceremony via a livestream, which will be available at this webpage. You are very welcome to attend the defense online. Especially now that only a few people can be present in person, Roel would appreciate your online attendance very much.
For practical questions about the defense please contact Lucas van der Deijl (l.a.vanderdeijl[at]

Proefschrift: Erinnerung und Identität. Literarische Konstruktionen in Doeschka Meijsings Prosa

Proefschrift Christina Lammer

Erinnerung und Identität. Literarische Konstruktionen in Doeschka Meijsings Prosa

Doeschka Meijsing publiceerde romans, korte verhalen, poëzie en essays waarvan slechts enkele zijn onderzocht. Christina Lammer legde zich in haar proefschrift toe op de narratieve strategieën van Meijsing. Lammer onderzocht in hoeverre herinnering en identiteit in werking treden in een corpus van 33 verhalen, vrijwel het gehele proza van Meijsing. Hierdoor biedt het proefschrift een introductie tot Meijsings proza. Het proefschrift Erinnerung und Identität. Literarische Konstruktionen in Doeschka Meijsings Prosa verschijnt bij uitgeverij transcript (Bielefeld).

Uitgaanspunt van het onderzoek was de premisse dat herinnering en identiteit in het werk van Meijsing samenspelen. De focus lag op de analyse van de literaire personages: hoe reflecteren de literaire personages op herinnering en identiteit? Hoe ervaren ze processen van de- of reconstructie van herinnering en identiteit? Voor haar analyse maakte Lammer gebruik van onderzoek over herinnering in literatuur, vanuit het perspectief van cultural memory. Voor de analyse van identiteitsconcepten operationaliseerde Lammer actuele discussies over de nexus intersectionaliteit en narratologie, waarbij ze steunt op het werk van Mieke Bal en Maaike Meijer.

Christina Lammer. Erinnerung und Identität. Literarische Konstruktionen in Doeschka Meijsings Prosa. Bielefeld: transcript, 2020.

Christina Lammer has investigated memory and intersectionality in the prose of Doeschka Meijsing (1947-2012). The research project introduces key concepts and narrative strategies in Meijsing’s prose. The aim of the work is to contribute to the knowledge of how memory is used to create — or hold on to — identity constructions in the author’s prose.

The analysis structures Meijsing’s works, using literary concepts such as the labyrinth, unreliable narrators or Sedgwick’s concepts of homosocial desire or homosexual panic. The relationship between memory and identity is explored using intersectional narratology. As a result, the dissertation provides a detailed analysis of literary constructions of structural discrimination and privilege.

Christina Lammer. Erinnerung und Identität. Literarische Konstruktionen in Doeschka Meijsings Prosa. Bielefeld: transcript, 2020.

Promotie – Anne Fleur van der Meer (Vrije Universiteit)

Ladders naar het licht

Depressie en intertekstualiteit in hedendaagse autobiografische literatuur

Datum: 27 September 2018, 11.45 stipt
Locatie: Aula, Vrije Universiteit te Amsterdam (Hoofdgebouw)

Op donderdag 27 september 2018 om 11.45 precies zal Anne-Fleur van der Meer haar proefschrift Ladders naar het licht. Depressie en intertekstualiteit in hedendaagse autobiografische literatuur in het openbaar verdedigen in de aula van de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Sinds de tweede helft van de twintigste eeuw zijn er in Europa en de Verenigde Staten vele autobiografische werken gepubliceerd die handelen over wat in de internationale wetenschappelijke diagnostiek de “major depressive disorder” (MDD) wordt genoemd: een stemmingsstoornis waarbij symptomen kunnen horen als diepe neerslachtigheid, interesseverlies, angst, agitatie, (schuld)wanen, doodsgedachten en doodswensen. In haar proefschrift heeft Anne-Fleur van der Meer de (narratieve) strategieën van representatie geanalyseerd waarmee depressie in deze autobiografieën is verwoord. Daarbij heeft zij in het bijzonder studie gemaakt van de aard en de functie van intertekstualiteit.
Uitgangspunt van het proefschrift is de constatering dat in autobiografieën vele intertekstuele verwijzingen kunnen worden aangetroffen: het uitdrukken van particuliere ervaringen van psychopathologisch lijden is vervlochten met (in de eigen ervaring gegronde) reflecties op een breed conglomeraat van (zelfhulp)publicaties met een medische inhoud. Bovendien hebben de vertellers materiaal ontleend aan literaire teksten en speelfilms. Het proefschrift maakt de aard en functies van deze toe-eigening inzichtelijk door tendensen van identificatie en transformatie aan te wijzen die met de toe-eigening van literaire en medische bronnen gepaard gaan. Van der Meer demonstreert dat juist een studie van deze intertekstualiteit perspectieven biedt op de rol van autobiografische literatuur in de hedendaagse gezondheidscultuur.
Het onderzoek dat aan haar proefschrift ten grondslag ligt is gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) in het kader van de subsidievorm Promoties in de Geesteswetenschappen.

Zie ook:

Promotie – Ryanne Keltjens (Rijksuniversiteit Groningen)


Bemiddelende kritiek in Nederlandse publiekstijdschriften in het interbellum

Datum: 04 oktober 2018, 16:15 uur
Promotors: dr. E.M.A. (Erica) van Boven, prof. dr. M.P.J. (Mathijs) Sanders
Locatie: Academiegebouw Rijksuniversiteit Groningen

Ryanne Keltjens zal op 4 oktober haar proefschrift getiteld Boekenvrienden. Bemiddelende kritiek in Nederlandse publiekstijdschriften in het interbellum verdedigen.

Boekenvrienden gaat over drie mannen met een missie: Gerard van Eckeren, Roel Houwink en Anthonie Donker wilden zo veel mogelijk mensen laten kennismaken met ‘goede’ boeken. In de periode tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog waren zij bekende literatuurcritici die een groot publiek wisten te bereiken via kranten, tijdschriften, de radio en het lezingencircuit. In hun boekbesprekingen gidsten zij de lezers door het literaire aanbod. Dit soort ‘bemiddelende kritiek’ staat in deze dissertatie centraal. Deze studie richt zich specifiek op hun werkzaamheden voor publiekstijdschriften als Den Gulden Winckel, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift en Critisch Bulletin.

‘Bemiddelende kritiek’ past binnen een oudere traditie van volksopvoeding, maar kreeg in het interbellum een nieuwe impuls en een andere, moderne gedaante. In hun verschillende rollen van uitgever, redacteur, criticus en (radio)spreker experimenteerden deze critici met nieuwe vormen van literaire journalistiek, kanalen en rubrieken. Zij speelden daarbij in op actuele ontwikkelingen in de media, reclame en techniek en profiteerden van de nieuwe economische mogelijkheden die de groeiende boekenmarkt bood.

De drie bestudeerde critici blijken een gedeeld cultuurbemiddelingsideaal te koesteren, maar legden verschillende accenten. Zij waren het erover eens dat de literatuur een verheffende werking had voor individu én gemeenschap, en dat de literatuurkritiek bijdroeg aan de culturele vorming van het algemene publiek. Tegelijkertijd liepen hun taalgebruik, de benadering van de lezer en opvattingen over de literaire canon sterk uiteen, wat verband houdt met onderlinge verschillen in levensbeschouwelijke en sociale achtergrond. Bemiddelende kritiek is dus een veelkleurig fenomeen binnen de literaire cultuur van het interbellum.



Promotie – Lisanne Snelders (Universiteit van Amsterdam)

Hoe Nederland Indië leest. Hella S. Haasse, Tjalie Robinson, Pramoedya Ananta Toer en de politiek van de herinnering

Datum: 6 juli, 13:00 stipt
Locatie: Universiteit  van Amsterdam – Aula, Singel 411, Amsterdam

Dit proefschrift is een onderzoek naar de politiek van de literaire herinneringscultuur rond Nederlands-Indië. De centrale these is dat de culturele herinnering aan Nederlands-Indië gecompartimentaliseerd is: verschillende perspectieven op de koloniale geschiedenis in voormalig Nederlands-Indië worden nauwelijks in samenhang begrepen, maar worden als het ware in afzonderlijke compartimenten geplaatst.

Deze compartimentalisering wordt onderzocht aan de hand van een vergelijkende analyse van drie auteurs: de witte Nederlandse Hella S. Haasse (1918-2011), de Indo-Europese Tjalie Robinson (pseudoniem van Jan Boon, 1911-1974) en de Indonesische Pramoedya Ananta Toer (1925-2006). De analyse richt zich op processen van betekenisgeving in de brede receptie van deze auteurs en hun werk, van distributie en kritische receptie tot toe-eigening in bijvoorbeeld adaptaties en discussies. In dit onderzoek naar het ‘sociale leven’ van literatuur worden inzichten uit postkoloniale studies, memory studies en de kritische studie van ras bij elkaar gebracht.

Het onderzoek laat zien dat de compartimentalisering van de herinnering aan Nederlands-Indië voor een belangrijk deel langs lijnen van ras loopt. Witte perspectieven op de koloniale geschiedenis, als dat van Haasse, hebben een centrale plaats in de culturele herinnering gekregen, terwijl niet-witte (Indo-Europese) perspectieven, zoals dat van Robinson, in een apart compartiment zijn geplaatst, met een ander lezerspubliek en met minder cultureel kapitaal. Literatuur van Indonesiërs als Pramoedya is geheel buiten de Nederlandse literatuurgeschiedenis gevallen en zelden postkoloniaal gelezen of als onderdeel van de culturele herinnering begrepen.

De veelzijdige herinnering aan Nederlands-Indië is daarmee geen veelkleurige waaier waarin verschillende herinneringen een samenhangend beeld van de geschiedenis vormen, maar eerder een ongelijk speelveld waarin voortdurend onderhandeld wordt over de betekenis van de koloniale tijd.