Psychoanalyse en Strips

5 en 7 oktober
Het Dolhuys, Haarlem

Donderdag 5 en zaterdag 7 oktober staat museum het Dolhuys in het teken van strips en psychoanalyse.

Op donderdagavond 5 oktober is er een mini-symposium over strips, psychoanalyse en kindertijd. Literatuurwetenschapper Yasco Horsman (Universiteit Leiden) zal daarbij spreken over stripkinderen, stripgezinnen, infantiel stripplezier en stripnostalgie. Psychoanalytica Sacha Marlisa zal uiteenzetten waarom het volgens de psychoanalyse maar niet lukt om onze kindertijd achter ons te laten. Vervolgens zal striptekenaar Joost Swarte in gesprek gaan met Yasco en Sacha over zijn eigen fascinatie met het medium strip, zijn eerste stripliefdes en andere onbewuste stripherinneringen.

Zaterdag 7 oktober zal het Dolhuys helemaal in het teken van strip en psychoanalyse staan, met een tijdelijke tentoonstelling, mini-colleges over psychoanalyse, workshops over psychoanalytisch tekenen, proefsessies psychoanalyse in een speciaal daarvoor ingerichte tipi, en twee ronde tafelgesprekken waarbij striptekenaars Marcel Ruijters (Troglodytes, Jheronimus, Het 9de eiland) en Aimee de Jongh (Snippers, Terugkeer van de wespendief) in gesprek gaan met psychoanalytici Hethy Roholl en Elke Teeuwen, stripjournalist Joost Pollmann (Volkskrant) en stripwetenschappers Rik Spanjers (UvA) en Erin La Cour (VU) over dromen en herinneringen in strip en psychoanalyse.

De dag wordt afgesloten met een gesprek tussen tekenaar Peter de Wit (Sigmund) en psychoanalytica Simone Logtenberg over psychoanalyse en humor.

Voor meer informatie zie: http://www.hetdolhuys.nl/agenda/symposium-ik-zie-ik-zie-wat-jij-niet-ziet/  en http://www.hetdolhuys.nl/agenda/psychoanalyse-in-beeld

Call for Papers: Challenging the status quo

— for English, see below —

Is het niet zonde dat die werkstukken en scripties waar je met bloed, zweet en tranen aan gewerkt hebt verdwijnen in de prullenbak of hooguit in een archiefkast van je docent? Dat kan anders. ERIS: VU journal for humanities is een tijdschrift dat geesteswetenschappenstudenten een platform biedt om kennis te maken met wetenschappelijke publicatie. Ook dragen wij bij aan de humanities-matter-movement door aan de samenleving te laten zien waar de geesteswetenschappers nou eigenlijk mee bezig zijn.

Als je na je studie niet bij een of andere stomvervelende kantoorbaan wil belanden, loont het absoluut om publicaties op je cv te hebben. Naast de nuttige oefening, laat je aan potentiële werkgevers zien dat je een ‘schrijfdrift’ en ervaring met het professionele publicatieproces hebt.

Call for Papers: Challenging the status quo

Samenlevingen ontstaan en vergaan door het bevragen van de status quo. De status quo is het resultaat van innovaties en revoluties maar onvermijdelijk wordt ze door nieuwe ideeën bevraagd. ERIS zoekt papers en boekbesprekingen voor dit thema.

Voorbeelden voor paper onderwerpen:

  • Revoluties, zoals de Russische revolutie in 1917, de Iraanse revoluties in 1978, de industriële revolutie aan het begin van de 18e eeuw en de agrarische revolutie in 10.000BCE.
  • Het identificeren van de status quo in hedendaagse samenlevingen.
  • De technologische ontwikkelingen die de wereld doen krimpen en het menselijk bestaan met technologie integreert.
  • Speculaties over de hedendaagse politieke revolutie zoals Brexit en de verkiezing van president Trump.
  • De evolutie van ideeën zoals veranderingen in de tijdsgeest of in concepten zoals vrijheid van Plato tot Hegel.
  • Demografische veranderingen en migratie zoals het verouderen van samenlevingen en de huidige vluchtelingencrisis.
  • Uitvindingen zoals elektriciteit, wapens en het vliegtuig.
  • De ontdekking van ‘Nieuwe werelden’, zoals Amerika ten tijde van Columbus of de toekomstige ontdekking van leven op andere planeten.
  • De taal van doorbraken en hoe we nieuwe dimensies van betekenis kunnen conceptualiseren.
  • De waarde van de status quo en conservatisme in vergelijking met de waarde van progressiviteit.

De richtlijnen voor auteurs zijn te vinden op https://erisjournal.com/. Artikelen dienen tussen de 2000 en 5000 woorden te zijn. Boekreviews dienen maximaal 2000 woorden lang te zijn. Inzendingen kunnen verstuurd worden naar eriscfp.fgw@vu.nl. De deadline voor deze cfp is 18-11-2017.

http://facebook.com/eris.vu.fgw

https://erisjournal.com

______________________________________________________________________________________________________________________

Isn’t it a waste how your blood-sweat-and-tear soken papers end up in the bin or your professor’s box with old student papers? We should do better. ERIS: VU journal for humanities is a journal that offers humanities students a platform to get experience with scientific publishing. We also contribute to the why humanities matter movement by showing what scientists in the humanities are working on.

If you don’t want to transition straight into a boring dead end office job, it pays to have publications on your cv. Aside from useful practice, you show potential employers that you feel the urge to write and that you are a professional when it comes to publishing.

Call for Papers: Challenging the status quo

Societies rise and fall through challenges to the status quo. The status quo is the result of past innovations and revolutions, but inevitably new ideas will come to challenge it. ERIS is seeking papers and book reviews on this theme.

Examples:

  • Revolutions throughout history, such as the Russian revolutions in 1917, the Iranian revolution in 1978, the industrial revolution starting in the eighteenth century and the agricultural revolution in 10.000BCE.
  • Identifying the status quo within current cultures and societies.
  • The technological advancements that shrinked the world and led humans to live lives more intertwined with technology.
  • Speculations on the current political revolutions such as Brexit and the election of president Trump.
  • The evolution of ideas, such as changes in the Zeitgeist, or changes in e.g. the concept of freedom from Ancient Greece to Georg Wilhelm Hegel.
  • Shifts in demographics and migration, such as the aging of modern societies or the current refugee crisis.
  • Inventions such as electricity, weaponry and the aeroplane.
  • The effects of discoveries of ‘new worlds’, such as Columbus’ discovery of America or our possible forthcoming discovery of life on other planets.
  • The language of breakthroughs and how we can conceptualize new dimensions of meaning.
  • The value of the status quo and conservatism as opposed to the value of progress.

You can find the author guidelines on https://erisjournal.com/. The maximum word count of book reviews is 2000. Articles should be between 2000 and 5000 words. The submissions should be sent to eriscfp.fgw@vu.nl before 18-11-2017.

http://facebook.com/eris.vu.fgw

https://erisjournal.com

Poëzie in Nederland: wijdverspreid genre & gedeelde ervaring

Kila van der Starre (Universiteit Utrecht) onderzocht hoe volwassenen in Nederland met poëzie in aanraking komen. Poëzie wordt vaak gezien als een niche-binnen-een-niche, maar het blijkt een zeer wijdverspreid genre: 97% van de volwassen Nederlanders komt weleens in aanraking met poëzie. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de openbare ruimte, bij speciale gelegenheden of op televisie, social media en radio. Bovendien worden deze ervaringen positief gewaardeerd: meer dan de helft geeft het zomaar tegenkomen van poëzie een 7 of hoger (op een schaal van 1 tot 10). En: voor veel mensen smaakt de poëzie die zij zomaar tegenkomen naar meer.

Vrijwel alle Nederlanders komen in aanraking met poëzie. Dat blijkt uit het onderzoek dat Kila van der Starre samen met bureau Markteffect onder 1.003 Nederlanders van 18 jaar en ouder uitvoerde in het kader van haar promotieonderzoek naar ‘poëzie buiten het boek’ in Nederland. Maar liefst 97,4% leest, luistert, schrijft of deelt poëzie, of komt poëzie zomaar tegen, bijvoorbeeld tijdens speciale gelegenheden, op televisie, in de openbare ruimte, of in een tijdschrift, krant of op internet.

Het sinds eind 19de eeuw gangbare idee dat poëzie een genre is dat we individueel en in stilte lezen (‘met een boekje in een hoekje’) gaat niet op: Nederlanders komen vooral in aanraking met poëzie in mondelinge vorm. Poëzie is voor de meeste volwassenen een sociaal fenomeen dat collectief wordt ervaren. Dat gebeurt met name tijdens bijzondere gelegenheden zoals een huwelijk, een uitvaart of een speech, en via televisie, kranten, radio of social media. Mensen waarderen dat ook. Een belangrijke reden voor mensen om poëzie te ervaren is dat zij geraakt willen worden of aan het denken gezet, maar ook de praktische reden – op zoek naar een gedicht voor een speciale gelegenheid – is belangrijk.

Voor veel mensen smaakt de poëzie die zij zomaar tegenkomen naar meer. Bijna de helft van de volwassen Nederlanders wil daarna meer poëzie lezen of horen. Van der Starre stelt dan ook vast dat er voor uitgevers, boekhandelaren, bibliotheken en het onderwijs mogelijkheden zijn voor poëziebevordering.

Kila van der Starre (2017) Poëzie in Nederland. Een onderzoek naar hoe vaak en op welke manieren volwassenen in Nederland in aanraking komen met poëzie. Amsterdam: Stichting Lezen in samenwerking met het Nederlands Letterenfonds, en is vanaf 15 september te downloaden via https://www.lezen.nl/publicaties/poezie-in-nederland.

Kila van der Starre is als promovendus verbonden aan de vakgroep Moderne Nederlandse Letterkunde van de Universiteit Utrecht. Voor meer informatie over haar onderzoek: kilavanderstarre.com

Anderswo im Anderswann – Autofiktion als Utopie

Binationale Tagung der WWU Münster, der Universität Duisburg-Essen und der RU Nijmegen
21.-23. März 2018, Gnadenthal bei Kleve

Tagungssprache Deutsch und Englisch

– English version below –

Utopie – Thomas Morus dachte sie sich vor 500 Jahren als Insel – die Insel als ein Gegenentwurf zur Gesellschaft. Bei Morus ist sie eine ideale, konfliktfreie Welt, während Gilles Deleuze sie sich, Mitte des 20. Jahrhunderts, eher als einen wüsten Ort vorstellte – allein schon deshalb, weil sie von der übrigen Welt abgesondert ist. Utopie [gr. οὐ und τόπος, ‘nicht’, ‘Ort’], der Nicht-Ort. Michel Foucault, Zeitgenosse Deleuzes, stellt in seinen Überlegungen zu ‘anderen Räumen’ den Gegenwartsbezug der Utopie heraus, was ihn dann konsequenterweise zur Formulierung der Heterotopien bringt. Es ist dieses kritische Potenzial der Utopie, das Denker wie Jean Jacques Rousseau oder Karl Marx und Friedrich Engels nutzten, um die literarische Gattung der utopischen Erzählungen stärker politisch auszurichten. Karl Mannheim brachte es auf den Satz: “Utopisch ist ein Bewußtsein, das sich mit dem es umgebenden ‘Sein’ nicht in Deckung befindet”. Damit beginnt im Grunde das Ende der Verzeitlichung der Utopie, wie sie am Beginn der Moderne mit Romanen wie ‘Das Jahr 2240’ (1771) von Louis-Sébastian Mercier aufkamen. Die aktuelle Utopieforschung hat sich schon lange von idealisierten Zukunftsvisionen verabschiedet und diskutiert Utopie (u.a.) als ‚Impuls’, ‚Methode’ oder ‚Bewusstsein’. Wie aber muss man sich ein solches Bewusstsein, das sich nicht in Deckung mit dem Realen befinden will, vorstellen? Wie entwirft es sich selbst, wie inszeniert es sich, wie stellt es sich dar? An dieser Stelle berühren sich Utopie- und Autobiographieforschung.

Mit dem Fokus auf die Utopie kommt das Imaginäre, Visuelle und Fantastische in den Blick, dass die Autobiographie von der Autofiktion unterscheidet. ‘Autofiktion’ adressiert im Gegensatz zur an Authentizität und Wahrhaftigkeit ausgerichteten Auffassung von Autobiographie das fiktionale Moment literarischer Selbstentwürfe: “Fiktion strikt realer Ereignisse und Fakten”, so definierte Serge Doubrovsky den Begriff, der sich inzwischen in der aktuellen Autobiographiedebatte etabliert hat. Entscheidend für die Behandlung der Autobiographie als Utopie dürfte des Weiteren die Konstitution des Ichs im Medium sein. Die neuere Autobiographieforschung hat dafür den Begriff der ‘Automedialität’ geprägt. Mit diesem Begriff wird der Fokus auf die mediale Begründung des Selbstentwurfs gelegt, der zwar zumeist, aber keinesfalls ausschließlich, im Medium der Schrift vollzogen wird. Dabei sind die verschiedenen Medien Grundlage unterschiedlicher autobiographischer – oder besser noch: autofiktionaler – Artikulationsmodi, die jeweils unterschiedlich geformte Selbstbilder hervorbringen.
Die geplante Tagung fragt vornehmlich nach dem Utopischen dieses autofiktionalen Selbstentwurfs und möchte damit Licht werfen auf das Imaginäre, das Fantastische aber auch auf die gesellschaftskritischen Gegenwartsbezüge des Selbstentwurfs.

Der spezifische Fokus der Tagung leitet sich aus dem ‘Spatial Turn’, einer Neuorientierung am Räumlichen, seiner Wahrnehmung und seiner Konzeptualisierung, ab: Sowohl die Utopie wie die Autofiktion werden unter räumlichen Gesichtspunkten betrachtet. Daraus ergibt sich auch die Zielsetzung der Tagung, die das autofiktionale Potential räumlich verfasster Utopien untersuchen will.

Mögliche Themen:

  • Utopische U-topien: Das autofiktionale Anderswo als Ideologiekritik
  • Heterotopie und Utopie: Gesellschaftsbezug oder Realitätsflucht?
  • Autobiographische Dystopien und/oder Das Prinzip Hoffnung
  • Anderswo/Anderswann: Zukunft und Vergangenheit als utopische Räume
  • Fluchtversuche in die Auto(r)poetik
  • Power of Past: Nostalgia/ Nostalgie als Eutopie

Vortragsvorschläge in Form von Abstracts (max. 300 Wörtern) sowie eine kurze biographische Notiz (inkl. E-Mail-Adresse, Anschrift und Institution) mit Angabe von Forschungsschwerpunkten senden Sie bitte bis zum 01. November 2017 an: y.delhey@let.ru.nl, rolf.parr@uni-due.de und k.wilhelms@uni-muenster.de. Für Rückfragen stehen wir zur Verfügung. NachwuchswissenschaftlerInnen werden nachdrücklich aufgefordert, sich zu bewerben. Wir bemühen uns um eine Finanzierung bzw. Erstattung der Kosten für Reise.

Konzept und Organisation: Dr. Yvonne Delhey (Radboud Universiteit Nijmegen), Prof.
Dr. Rolf Parr (Universität Duisburg-Essen) und Dr. Kerstin Wilhelms (Westfälische
Wilhelms-Universität Münster)
____________________________________________________________________________________________________

Elsewhere in Elsewhen – Autofiction as Utopia

Binational congress of the WWU Münster, the University of Duisburg-Essen and RU Nijmegen
21st -23rd March 2018, Gnadenthal/Kleve

Languages: German and English

Utopia – 500 years ago, Thomas More thought of it as an island – the island as an alternative to society. In More’s text, it is an ideal world free of conflicts, while Gilles Deleuze in the middle of the twentieth century rather imagines it as a deserted place – because it is separated from the rest of the world. Utopia [gr. οὐ und τόπος, ‘not’, ‘place’], the non-existing place. Michel Foucault, Deleuze’s contemporary, underlines utopia’s relation to the present in his reflections on ‘other spaces’, which consequentially leads him to the concept of ‘heterotopia’. It is this critical potential of utopia, which thinkers like Jean-Jacques Rousseau or Karl Marx and Friedrich Engels used to steer the literary genre of utopian narratives more strongly towards a political direction. Karl Mannheim briefly summed it as follows: “Utopian is a consciousness, which is not consistent with the surrounding ‘being’”. This marks the beginning of the end of utopia’s temporalization, which started at the beginning of Modernity with novels like Louis-Sebastian Mercier’s ‘The Year 2240’ (1771). Recent research on utopia has dismissed the concept of an idealized vision of the future and discusses utopia, inter alia, as ‘impulse’, ‘method’ or ‘consciousness’. But how can such a consciousness which is not consistent with the real be conceptualized? How does it create, present and stage itself? It is here that research on utopia and on autobiography converge.

By focusing on utopia, the imaginary, the visual and the fantastic come into view, the very characteristics which differentiate the concept of ‘autofiction’ from that of ‘autobiography’. In contrast to ‘autobiography’, which is aligned with authenticity and truthfulness, ‘autofiction’ addresses the fictional aspects of literary self-designs: “Fiction of strictly real events and facts”, that is how Serge Doubrovsky defined the term, which has since been established in the recent debate on autobiography. Furthermore, the constitution of the “I” in a medium seems to be of great significance for the discussion of autobiography as utopia. Newer studies have coined the term ‘automediality’ for this. With this notion, the focus is drawn to the medial constitution of the self-design which is mostly – but definitely not exclusively – performed in the medium of scripture. Thus it appears that different media are the foundation of autobiographical – or rather autofictional – modes of articulation which each produce distinctly formed self-images. The planned conference therefore enquires primarily into the utopian aspects of autofictional self-designs and wants to shed light on the imaginary, the fantastic, but also on the socio-critical aspects of these self-images.

The specific focus of the conference derives from the so-called ‘spatial turn’, a reorientation on spatiality, its perception and conceptualization: Utopia as well as autofiction will be examined from the perspective of their spatiality. This leads to the conference’s aim of investigating the autofictional potential of spatially constituted utopias.

Possible contributions:

  • utopian u-topoi: The autofictional elsewhere as ideology critique
  • Heterotopia and Utopia: Relation to Society or Escapism?
  • Autobiographical Dystopia or ‚The Principal of Hope‘?
  • Elsewhere/In Another Time : Future and Past as Utopian Spaces
  • Escape attempts to author-/auto-poetics
  • Power of Past: Nostalgia as Utopia

Proposals for contributions in the form of an abstract (max. 300 words) with a short biographical note (including e-mail-address, postal address and institution) and research focus should be mailed until the 1st November 2017 to y.delhey@let.ru.nl, rolf.parr@uni-due.de and k.wilhelms@uni-muenster.de. For queries or further information, please do not hesitate to contact us. Young scientists are strongly encouraged to apply. We seek to account for the travelling costs.

Concept and organization: Dr. Yvonne Delhey (Radboud Universiteit Nijmegen), Prof. Dr. Rolf Parr (Universität Duisburg-Essen) and Dr. Kerstin Wilhelms (Westfälische Wilhelms-Universität Münster)

Call for abstracts – ACLA 2018 seminar “A taste of a poison paradise?” Toxic Aesthetics in Contemporary Culture”

A taste of a poison paradise?” Toxic Aesthetics in Contemporary Culture

Toxicity is an urgent but elusive concern in today’s world: it can be invisible and intangible,  repellingly ugly or compellingly beautiful. Toxicity  presents ambivalent challenges in the context of cultures and the arts: while  it materially endangers bodies and environments (Alaimo 2010, Chen 2012), it exerts a complex fascination on artists, writers and the general public, and spans a wide range of contradictory images and narratives.

Literature and the arts are posing significant questions about what is involved in living in a toxic world: Is there a new toxic aesthetic? If so, what new avenues and directions does it open? Do we know that we are toxic and how do we deal with the fact that we cannot avoid it?

Within the fields of cultural studies, literature and visual studies the environmental humanities have begun to encompass responses to contemporary toxicity and to explore comparative and collaborative forms of analysis.

  • What aesthetic forms arise from the ‘slow violence’ (Nixon 2011) of toxicity, and what analytic strategies can we use to address them?
  • What is the relation between the abstract concept of toxicity and the material and practical aspects of contamination and disease?
  • What intersections appear between different life writings, documentaries and  visual artworks that address stories of toxicity?
  • How can we come to terms with the juxtaposition or overlap between the spectators and the victims of toxicity?

We invite participants to debate new perspectives engendered by toxicity by mapping the representation of toxicity in fiction, films, memoirs, documentaries, photographs and visual art. This seminar aims at developing collaborative perspectives and new pathways in critical analysis of  the aesthetic and relational cross-currents emerging within toxic discourses (Buell 1998), and theorize new developments in the relationship between toxicity and art.

Eerste Indische Letterenlezing: prof. dr. Elleke Boehmer (University of Oxford)

Op vrijdag 22 september 2017 zal in Leiden de Eerste Indische Letterenlezing gehouden worden door prof. dr. Elleke Boehmer (University of Oxford): De toekomst van het postkoloniale verleden: de representatie voorbij.

Studenten, docenten, vakgenoten en belangstellenden worden van harte uitgenodigd om deze Nederlandstalige lezing bij te wonen. De lezing vindt plaats in het Klein Auditorium in het Academiegebouw te Leiden en begint om 16.15 uur. Aansluitend wordt een drankje geschonken. De toegang is vrij, maar u dient tijdig een plaats te reserveren door een e-mail te sturen naar secr.indischeletteren@gmail.com.

De lezing zal in het Engels worden uitgegeven onder de titel The Future of the Postcolonial Past: Beyond Representation door Leiden University Press. U kunt in het bezit komen van een of meer exemplaren door € 9,50 (of een veelvoud daarvan) over te maken op IBAN NL65INGB0001977068 van Indische Letteren onder vermelding van ‘Boehmer’. Gelieve bij uw betaling op de overschrijving uw naam en adres te vermelden! Voor abonnees bedraagt de prijs € 8,00.

 

Vacature: Doctor-assistant Onderzoekseenheid Vertaalwetenschap (Universiteit Leuven)

Voor de Onderzoekseenheid Vertaalwetenschap, Leuven zoeken wij een doctor-assistant.
Binnen de OE Vertaalwetenschap verenigt de OG Vertaling en Interculturele Transfer onderzoek en onderwijs in literaire vertaling, interculturele transfer en vergelijkende literatuurstudie.

Functie

Je verricht wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de vertaalwetenschap en vergelijkende literatuurstudie, met focus op literaire vertaling en transfer. Je publiceert daarover in vooraanstaande tijdschriften en boeken.

Je verzorgt kwalitatief hoogstaand onderwijs op bachelor- en masterniveau in het domein van de vergelijkende literatuurstudie en literaire vertaling.

Je doceert de vakken:

  • F0AA0a Inleiding tot de studie van de Europese literatuur en cultuur: voor 1800
  • F0AA1a Inleiding tot de studie van de Europese literatuur en cultuur: na 1800
  • F0AR6a Literatuur in vergelijkend perspectief

Je werkt mee aan:

  • F0UX8a Western Literature: Concepts and Questions
  • F0UY3a Translation and Plurilinguism in Literature
  • F0YJ0a Vertaalonderzoek: Literaire vertaling
  • F0UY9a Literaire institutionalisering

Je begeleidt bachelor- en masterproeven.
Je werkt mee aan dienstverleningsactiviteiten van de Faculteit Letteren op de Campus Leuven.

Profiel

Je hebt op het moment van je aanstelling een diploma van doctor in de Vertaalwetenschap of Literatuurwetenschap.
Je beheerst het Engels en het Nederlands uitstekend, zowel mondeling als schriftelijk.
Je hebt relevante publicaties op het gebied van Vertaalwetenschap (met focus op literaire vertaling) en Vergelijkende Literatuurstudie in internationale wetenschappelijke tijdschriften met beoordeling door vakgenoten of in boeken bij vooraanstaande uitgeverijen.
Je bezit voortreffelijke didactische kwaliteiten voor het academisch onderwijs.
Je beschikt over organisatorische vaardigheden en bent collegiaal ingesteld.

Aanbod

Wij bieden een voltijdse aanstelling als doctor-assistent met een contract van bepaalde duur voor 3 jaar.
Je komt terecht op de Campus Leuven van de KU Leuven, een stimulerende werk- en leeromgeving waarin je volop je expertise als onderzoeker verder kunt uitbouwen en je didactische kwaliteiten kunt ontplooien.

Interesse?

Meer informatie is te verkrijgen bij prof. dr. Reine Meylaerts, tel.: +32 16 32 48 48, mail: reine.meylaerts@kuleuven.be.
Solliciteren voor deze vacature kan tot en met 31/07/2017 via onze

Call for Proposals: KB Researcher-in-Residence Program 2018

The Koninklijke Bibliotheek (KB), National Library of the Netherlands is seeking proposals for its Researcher-in-residence program to start in 2018. This program offers a unique chance to early career researchers to work in the library with the Digital Humanities team and KB data. In return, we learn how researchers use the data of the KB.

This year we invite academic researchers with a background in Humanities, Social Sciences, Computer Science or Artificial Intelligence to apply for one of the two following tracks:

  1. an ‘open track’ in which we will address your Humanities or Social Sciences research question in a 6 month project using the digital collections of the KB and computational techniques.
  2. An ‘information extraction track’ in which we invite Computer Science and Artificial Intelligence as well as Social Sciences and Humanities scholars to use or collaborate in our ongoing research on extracting structured data from our extensive collections of unstructured text.

For both tracks you will be assisted by one of our research software engineers. The output of the project will be incorporated in the experimental platform of the KB, the KB Lab and is ideally beneficial for a larger (scholarly) community.

Who are we looking for?

For both tracks we search for talented early career researchers who are:

  • PhD-student in their final stages of their PhD project or researchers that have obtained their PhD between 2013 and 2017
  • Have a background in Humanities, Social Sciences, Computer Science or Artificial Intelligence
  • Employed at a university or research institute in the EU as academic researcher
  • Interested in using one (or more) of the digital collections of the KB,
  • Available for 0.5 fte over a period of 6 months (preferably Jan – Jun 2018 or Jul – Dec 2018) and able to spend at least 1 day a week at the KB premises.

What can we offer you?

  • A secondment with the KB for 0,5 fte for a period of 6 months based on your current salary
  • Access to all datasets of the KB,
  • An office space,
  • Travel costs within the Netherlands,
  • Support from a programmer, researcher, collection and data specialists.

How do I apply?

Please use a template available on our website to formulate your research proposal and submit this as a pdf before 1 September 2017 via the email address dh@kb.nl, after having carefully read our terms and conditions. All proposals will first be reviewed on eligibility by an internal KB committee and then forwarded to an external committee of representative experts from several Dutch universities and institutions that have backgrounds in Humanities, Social Sciences, Computer Science and Artificial Intelligence. Results will be announced in October 2017.

Details

Full call text: https://www.kb.nl/organisatie/vacatures-en-stages/researcher-in-residence-2018
Deadline: 1 September 2017
Announcement on decision: October 2017
Contact & questions: dh@kb.nl

Prof. David Miall on The Origins of Literature and the Arts

The Origins of Literature and the Arts

When: June 22, 15:00-16:30
Where: The Stijlkamer at Janskerkhof 13, Utrecht

David S. Miall, Department of English & Film Studies, University of Alberta

After introducing the term literariness and its cognates, we will query several common terms: interpretation, narrative, imagery, and the like, in order to provide a view of the work of literary reading in evoking feeling, memory, the self, etc. I then introduce some key issues in the study of prehistoric aesthetics with cave art as forming the primary context for launching an investigation of its significance.  After some account of the extensive dimensions of the evidence for prehistoric art, I consider briefly the evolution of art from its inception at about 35,000 years before the present (BP).  I offer brief comments on the four aesthetic modes that emerged consecutively over many thousand years, and that can be regarded as paradigmatic: pre-imagery, the image, the scene, and narrative.  I discuss the cognitive issues raised by cave art, then briefly analyse examples from three of the four modes: music (for Mozart opera), film (Tarkovsky), and narrative (fiction, Woolf).

David S. Miall is Professor Emeritus in the Department of English & Film Studies at the University of Alberta in Canada. His publications include Humanities and the Computer: New Directions (1990), and Romanticism: The CD-ROM (1997), and a monograph, Literary Reading: Empirical and Theoretical Studies (2006).  He has authored over 130 chapters and journal articles.  He specializes in literature of the British Romantic period, and the empirical study of literary reading – a field in which he has collaborated with Don Kuiken (Department of Psychology) since 1990.

Please register your interest in attending it before June 21 by emailing us at: o.fialho@uu.nl

NIAS Workshop Women Writers in History

On behalf of our colleagues of the HERA Travelling TexTs project, we’d like to call your attention to the following event.  Between 2013 and 2016 the European HERA Travelling TexTs project was being carried out in 5 countries – one of those being the Netherlands, more precisely The Hague: Huygens ING. The other countries were the United Kingdom (with the project leader in Glasgow), Finland, Norway and Slovenia. This research project had been prepared during a European COST Action, and was being done within an online database. The database itself was also completely restructured, extended and further developed – allowing new research. Some of the outcomes were already presented and published; two books are to follow.

This central database, transformed into the NEWW VRE (NEWW as: New approaches to European Women’s Writing) will be presented to colleagues, students and interested readers of women’s literature, June 14th and 15th in Amsterdam, during a NIAS workshop organized at Spinhuis.

This workshop will illustrate the progress made – thanks to the COST and HERA projects, as well as to  support by NWO, SURF and CLARIN-NL – for research about women’s literary history. The ways in which the NEWW VRE is functioning will be demonstrated. This tool will indeed be also at the core of future and ongoing collaboration: in the form of a recently created DARIAH Working Group, entitled Women Writers in History. We will highlight the coherence and continuity between the earlier research, digitizing and internationalizing projects and this new, more open, situation as a Working Group.

The workshop will be held in English and covers 2 days: the “presentation day” (14 June) will be followed by an expert meeting in which Working Group members will discuss their future collaboration.

Colleagues and interested readers, specialist and non-specialists are invited to take part in the “presentation day” on 14 June, where speakers will include:

  • Marie Nedregotten Sørbø (Volda University College, Norway)
  • Amelia Sanz (Complutense University Madrid, Spain)
  • Orsi Réthelyi (Eötvös Loránd University Budapest, Hungary and Huygens ING)
  • Isabel Lousada (New University of Lisbon, Portugal)
  • Lotte Jensen (Radboud University Nijmegen)
  • Petra Broomans (Groningen University)

Click here to view the programme

Anyone interested is invited to join us on 14 June. Please register here before June 6 2017. Colleagues, MA students, stake-holders in Cultural Heritage Institutions can join the discussions of the expert meeting on 15 June – please take contact with organizer Suzan van Dijk.